
oorzaak van hart- en vaatziekten
Hart- en vaatziekten vallen onder de zogenoemde 'welvaartsziekten'. Dit is een
algemeen geaccepteerde opvatting. Evenwel: dit is niet in overeenstemming met
het drastisch lager verbruik van vet in verhouding tot vroeger. Er wordt wel
eens als verklaring aangevoerd, dat er vroeger meer lichamelijk werk werd
verricht. Het verbruik van de energie door lichamelijke inspanning staat echter
in geen enkele verhouding tot het vroegere verbruik van vet en het aantal
calorieën dat dat opleverde. Er moet dus een ándere oorzaak zijn voor de toename
van de welvaartsziekten.
Professor Dr. Lothar Wendt heeft na langdurig onderzoek kunnen vaststellen, dat
met name een overdaad aan eiwit verantwoordelijk is voor de welvaartsziekten.
Hij noemde ze de 'Eiweiß-Speicher-Krankheiten' (eiwitstapelingsziekten). Hij
sloot daarbij naadloos aan bij de bevindingen van Professor Dr. Alfred
Pischinger. Het werk van Wendt wordt voortgezet door zijn zoon Professor Dr.
Thomas Wendt.
Het zal duidelijk zijn dat het respecteren van het hier bedoelde
wetenschappelijke werk goede diensten kan bewijzen aan de volksgezondheid… maar
niet aan de economie. Dit laatste is de belangrijkste oorzaak ervan dat de
resultaten van de onderzoeken slechts met moeite erkenning krijgen. De
'Bio-industrie' zou er een enorme klap door kunnen oplopen. Toch sluit het sterk
toegenomen gebruik van vlees, vis, gevogelte, eieren, melk en melkproducten -
dierlijke eiwitten dus - beter aan bij het begrip welvaartsziekten dan het
gebruik van vetten, dat juist drastisch is afgenomen.
Hier worden de stapelingsziekten beperkt tot die van hart en bloedvaten. Voor
een goed begrip is het van belang te weten dat we behalve met bloedvaten en
bloed, te maken hebben met het interstitium (tussencelstof, de matrix, het Basis
Bio Regulatiesysteem) dat gelegen is tussen de bloedvaten en de cellen. In de
bloedcirculatie stromen voedingsstoffen, zuurstof en afvalproducten van de
stofwisseling door een gesloten systeem, het bloedvatenstelsel. Het
bloedvatenstelsel omvat slagaders die van het hart afkomen en aders die het
bloed naar het hart terugvoeren. We noemen dit de macrocirculatie. De kleine
vertakkingen van de bloedvaten, de capillairen, worden aangeduid met
microcirculatie. Macro- en microcirculatie vormen samen de bloedsomloop. Het
eigenlijke doel van de bloedsomloop is hier niet de bloedcirculatie of
doorbloeding, maar het transport van zuurstof en voedingsstoffen ten behoeve van
de cellen en de afvoer van afvalproducten vanuit de lichaamsweefsels. Dat
betekent dat onder meer de voedingsstoffen via de microcirculatie door de wanden
van de capillairen in het weefsel, het interstitium, stromen. De vaatwand is een
hindernis die daarbij moet worden genomen. Wanneer er sprake is van een overdaad
aan voedingsstoffen in het bloed, zal de vaatwand een verhoogde weerstand laten
zien. Bovendien kan het interstitium een hindernis gaan vormen voor de
voedselstroom door 'indikking' van de weefselvloeistof waardoor eveneens
weerstand ontstaat. We kunnen het er over eens zijn, dat er vaker teveel dan te
weinig gegeten wordt en het is dan ook geen wonder dat overgewicht een algemeen
verschijnsel is. Het hiervoor geschilderde proces vinden we bij heel veel
mensen. Hart- en vaatziekten, stoornissen in de microcirculatie, zijn dan ook
veel voorkomend.
Om ons te verweren tegen door ons lichaam als schadelijk ervaren stoffen vinden
we in het bloed afweersystemen. Op zich onschadelijke stoffen kunnen schadelijk
worden wanneer ze in een te hoge dosis in ons lichaam voorkomen. De dosis, de
hoeveelheid, is altijd bepalend! Dat geldt ook voor, vooral dierlijke, eiwitten.
Een groeiend overschot aan dierlijke eiwitten heeft op den duur tot gevolg, dat:
• het bloed minder goed gaat stromen; het wordt 'dikker'
• het bloed sneller zal stollen, waardoor een toename van de kans op trombose
• het bloed (beter gezegd: de eiwitten) water vasthoudt met als gevolg een
verminderde afgifte van vocht aan het weefsel, het interstitium.
Om op een bepaald moment overbodige eiwitten op te ruimen, vinden we in het
lichaam twee mechanismen:
1. De endotheelcellen (bekleding) van de capillairen nemen het eiwit op en
breken het af tot aminozuren, die ze aan het bloed afgeven. Via het bloed,
aangekomen in de levercellen, worden de aminozuren afgebroken tot urinezuur, dat
vervolgens wordt uitgescheiden door de nieren. We noemen dit het
eiwit-uitscheidingsmechanisme.
2. De endotheelcellen kunnen overtollig eiwit evenwel ook omvormen tot in water
oplosbare mucopolysacchariden (verbindingen van eiwitten en koolhydraten) en
collageen, dat wordt opgeslagen ergens in de wand van de bloedvaten. Zo nodig
wordt dit weer afgebroken tot serumproteïne en afgegeven aan het bloed. Op deze
manier heeft de vaatwand de functie van 'opslagplaats voor eiwitten'. Tot op
zekere hoogte is dit nog een normaal fysiologisch gebeuren. Eiwitten waaraan op
een bepaald moment geen behoefte is, worden op deze manier bewaard tot het
tijdstip waarop ze wel nodig zouden kunnen zijn.
Gaat men almaar door met het overmatig gebruik van eiwitten, dan gaat ook de
opslag van de eiwitten door. De bekleding van de vaatwand wordt dan steeds
dikker en geleidelijk minder doorlaatbaar voor de verschillende moleculen, de
kleinste deeltjes van de stofwisseling. Daardoor beginnen de risico's te
ontstaan op aandoeningen van de microcirculatie. Vanaf dat moment volgt er in
het bloed een opeenhoping van niet doorgelaten moleculen. Tegelijkertijd
ontstaat er door de verminderde doorlaatbaarheid van de vaatwanden een tekort in
het weefsel, in het interstitium, waardoor de cellen gebrek krijgen aan
voedingsstoffen. Omgekeerd zal ook de afvoer van afvalproducten stagneren. Langs
hormonale en neurologische weg zal, om de weerstand van de minder doorlaatbare
vaatwanden te overwinnen, de filtratiedruk worden verhoogd. Het doel daarvan is
de verzorging van de cellen. Het gevolg is een verhoogde bloeddruk, veelal als
'essentiële hypertensie' aangeduid. 'Essentieel' betekent in de regel 'We weten
de oorzaak niet'. In dit geval onterecht, want professor Wendt en anderen geven
deze aan.
Dit artikel begon met de verwijzing naar de Cholesterolleugen. Doordat er ook in
de lever een ophoping van eiwitten kan plaatsvinden, kan de afvoer van
cholesterol door de lever via de gal gehinderd worden. Het gevolg is dan een
stijging van het gehalte aan cholesterol in het bloed. Dit heeft evenwel geen
gevolgen voor de bloedvaten zelf en het is het paard achter de wagen spannen om
het cholesterolgehalte kunstmatig te verlagen. Cholesterol is namelijk een voor
het lichaam belangrijke stof. Wat er moet gebeuren is het verminderen van het
gebruik van dierlijke eiwitten zodat de te dik geworden vaatwanden weer normaal
zullen worden en de doorlaatbaarheid zal toenemen.
In dit verband worden met name de dierlijke eiwitten bedoeld. Eiwitten zijn
opgebouwd uit aminozuren die met elkaar als het ware een keten vormen. Eiwitten
die worden genuttigd, worden altijd tot aminozuren afgebroken en uit de
beschikbaar gekomen aminozuren wordt weer een lichaamseigen eiwit samengesteld.
Plantaardige eiwitten, hebben geen volledige ketens aminozuren. Zodra er één
aminozuur ontbreekt, dat niet bijvoorbeeld door dierlijk voedsel wordt
aangevuld, kan daaruit geen nieuw lichaamseigen eiwit worden opgebouwd.
Uiterlijk drie uren na het nuttigen van plantaardige eiwitten zal het lichaam
vaststellen, dat het geheel van de beschikbare plantaardige aminozuren
onbruikbaar is voor het vormen van een nieuw eiwit. Ze worden dan uitsluitend
gebruikt voor de stofwisseling. Een belasting van bijvoorbeeld de bloedvaten
door een uitsluitend plantaardige maaltijd is zodoende praktisch uitgesloten.
Een overmatig gebruik van eiwitten heeft niet alleen gevolgen voor de
bloedvaten. Er is ook een verband met jicht, problemen met de
suikerstofwisseling, auto-immuunziekten, adipositas (vetzucht) enzovoort. Het
zou te ver voeren daar nu allemaal op in te gaan. Dit artikel beoogt met name
een andere oorzaak aan te geven voor de toename van hart- en vaataandoeningen om
daardoor een handvat te geven aan de door de cholesterolleugen tot twijfel
gebrachte mensen.
Het artikel zou niet volledig zijn, als er geen oplossing zou worden geboden om
de problematiek te lijf te gaan. We moeten het uiteraard zoeken op het gebied
van aanpassing van de voeding. We spreken liever niet van een dieet omdat het
gewoon het teruggaan is naar een normaal consumptiepatroon. Normaal omdat het
past bij de eisen die het lichaam stelt.
Is er sprake van klachten in de zin van hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten,
jicht, problemen met de suikerstofwisseling, enzovoort, dan is het goed om
(afhankelijk van de ernst ervan) zich één tot drie maanden veganistisch te
voeden. Veganistisch betekent geen vlees, vis, gevogelte, eieren, melk en
melkproducten. Plantaardige voedingsmiddelen die vanwege het gehalte aan eiwit
achterwege moeten blijven zijn erwten, linzen, bonen en soja.
Als vervolg om problemen te voorkomen, is het het beste om dierlijke eiwitten
zoveel mogelijk te beperken tot bijvoorbeeld één hooguit twee maal per week
vlees of vis. Verder dient ook van de eerder genoemde producten een bescheiden
gebruik te worden gemaakt. Een ander schema dat professor Wendt aanbeveelt is:
• één eiwitvrije maaltijd per dag én
• één hele dag in de week géén eiwitten én
• vier weken per jaar helemaal géén eiwitten.
Bert Kloosterman
Telefoon: 0543 565253
info@gezondbeterworden.nl
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 32e jaargang, Nr. 187 bladzijde 13