
Het Basis Bio Regulatie Systeem
Het grootste… en toch vergeten en verwaarloosde orgaan
De Duitse patholoog Rudolf Virchow (1821 – 1902) heeft een radicale
verandering in het medisch denken teweeg gebracht. Virchow stelde dat ziekte
veroorzaakt zou worden door verstoringen in de structuur en de werking van
cellen. De cel als kleinste en min of meer zelfstandig onderdeel van het
menselijk lichaam kwam in het medisch denken en handelen centraal te staan. De
cel is dan ook sinds ongeveer 1858 het belangrijkste doel van het regulier
medisch onderzoek en handelen binnen de Westerse geneeskunde zoals die wordt
onderwezen op de universiteiten. Dit heeft positieve resultaten gehad, maar
tegelijkertijd heeft men de totaliteit van het menselijk lichaam uit het oog
verloren.
Hoewel de cellen de basiseenheden van het leven zijn - die enerzijds zichzelf in
stand houden door te groeien en op tijd te delen en anderzijds 'weet hebben' van
en in relatie staan tot hun omgeving - is de mens oneindig veel meer dan een
verzameling cellen. Dat 'veel meer' wordt vooral bepaald door het weefsel dat de
cellen met elkaar verbindt. Dit verbindende weefsel, of liever gezegd
bindweefsel, wordt tegenwoordig aangeduid als Basis Bio Regulatie Systeem (BBRS).
Het is in ons hele lichaam aanwezig en omvat ongeveer 60-70% van het totale
menselijk weefsel. In volume is het circa 3 maal dat van het bloed, wat dus wil
zeggen zo'n 18 liter. In feite is het dus het grootste orgaan.
In het midden van de vorige eeuw heeft vooral de Weense histoloog (specialist
weefselleer) en embryoloog professor Pischinger op dit terrein verdienstelijk
werk verricht. Zijn werk leidde tot een model van het BBRS, door Pischinger 'Grundsystem'
genoemd, dat in het bijzonder binnen de natuurgeneeskunde buitengewoon
belangrijk is gebleken. In Nederland hebben celbioloog dr. R. van Wijk en
medewerkers van de universiteit Utrecht veel onderzoek op dit gebied gedaan.
Behalve 'Grundsystem' gebruikte Pischinger voor het de cellen verbindende
bindweefsel, ook wel het begrip 'Transitstrecke' (transportweg). Het is de weg
die alle stoffen en informaties moeten gaan om de cellen te bereiken. De
genetische mogelijkheden van de cellen bijvoorbeeld, komen uitsluitend tot zijn
recht voorzover het BBRS dat toelaat. Er is hier dus een duidelijke relatie
tussen structuur en informatie. We spreken daarom ook van 'systeemregulatie',
die zich niet beperkt tot de eigen persoon, maar die de omgeving in de meest
ruime zin daarbij insluit. Bij omgeving valt te denken aan voeding, milieu, maar
ook aan relaties en leefomstandigheden, enzovoort. Steeds meer kennis wordt
opgedaan over de invloed van maatschappelijke en psychische prikkels op
regelsystemen, zoals onder meer het hormoonstelsel en het immuunsysteem.
Kenmerkend voor de op het BBRS-principe berustende zienswijze in de geneeskunde
is het holistische ('alles omvattende') karakter ervan. Met name de klassieke
natuurgeneeskunde bedient zich al lang van deze systeemregulatie door invloed
uit te oefenen op regelsystemen. Voorbeelden van de meest algemene methoden zijn
massages inclusief reflextherapieën, baden en afgeleide behandelmethoden zoals
neuraaltherapie, homeopathie, acupunctuur en bioresonantie. Deze benadering van
systeemregulatie overstijgt daarmee de overwegend op de anatomie en fysiologie
gebaseerde reguliere geneeskunde. Met andere woorden de op analyse (ontleding)
gebaseerde wetenschap op basis van 'meten is weten'. Het holistische karakter
past trouwens ook niet (meer) binnen het huidige gezondheidssysteem doordat dit
gekenmerkt wordt door een toenemende specialisatie en daardoor verlies van het
totaaloverzicht.
Helaas hebben dus de inzichten van Pischinger, en alle anderen na hem, de
reguliere geneeskunde nog niet kunnen bereiken; ook binnen de natuurgeneeskunde
is men er niet altijd voldoende van op de hoogte. In beide gevallen worden veel
van de mogelijkheden om patiënten te helpen, gemist. Om een huis te bouwen is
kennis van alleen bakstenen niet voldoende. Minstens zo belangrijk, zo niet nog
belangrijker, is onder meer het cement dat de stenen bij elkaar moet houden. De
ervaring leert ook hier weer, dat ontdekkingen in de geneeskunde veelal
tientallen jaren nodig hebben om door te breken.
Wanneer we het BBRS, ook wel interstitium of matrix genoemd, nader onder de loep
nemen, dan vinden we daarin capillairen; dat zijn de kleinste bloedvaatjes die,
ten behoeve van de aanliggende cellen, voedingsstoffen en zuurstof afgeven en
afvalstoffen afvoeren. Naast deze bloedvaatjes zien we ook kleine lymfevaatjes;
je zou kunnen zeggen dat het lymfevatenstelsel eindigt en begint in het
interstitium. Verder liggen er uiteinden van zenuwen die prikkels kunnen afgeven
en opnemen. Het interstitium is doortrokken van zogenoemde collagene vezels, die
heel veel zuren kunnen opnemen waardoor ze zwellen. De ogendiagnose maakt
daarvan gebruik om de graad van verzuring vast te stellen. Het oog is het enige
gebied dat direct zicht biedt op het bindweefsel. Deze zuren kunnen stijfheid en
zelfs pijn veroorzaken. We zien dat heel duidelijk bij mensen die een
lichamelijke topprestatie hebben geleverd. Overigens kan een voor een gezond
mens gewone inspanning een topprestatie zijn voor iemand met een aandoening. We
zien dan soortgelijke klachten optreden. Te denken valt aan fibromyalgie en
andere aandoeningen van het bewegingsapparaat. We vinden tenslotte specifieke
cellen die tot het interstitium zelf behoren en die betrokken zijn bij de
opbouw, organisatie en de functies van de interstitiële substantie. Het
interstitium blijkt dus een in het gehele lichaam aanwezig orgaan met een eigen
structuur en fysiologie. Wanneer in de natuurgeneeskunde wordt gesproken over
het 'interne milieu', dan is het interstitium voor een groot deel daarvoor
verantwoordelijk en toonaangevend. Het ligt immers geschakeld tussen enerzijds
de cellen en anderzijds de aan- en afvoerende bloedvaten en lymfebanen. Behalve
de uitwisseling van veel stoffen, vinden via de zenuwen neurale naast hormonale
interacties plaats. Het zijn chemische en elektrische informatiestromen die mede
invloed kunnen hebben op het interne milieu. De reguliere geneeskunde bedient
zich van deze elektrische stromen, bijvoorbeeld bij het elektrocardiogram ofwel
ECG ('hartfilmpje'). In de natuurgeneeskunde is er de verbinding met onder meer
bioresonantie. De toenemende zorg over de invloed van zendmasten, satellieten,
mobiele telefoons, navigatiesystemen, enzovoort op ons lichaam als
regulatiesysteem dient serieus te worden genomen.
Zoals collagene vezels in het interstitium zuren kunnen opnemen, zo kan het
interstitium ook (lymfe)vocht vasthouden. We spreken dan van oedemen en
lymfoedeem. Oedemen ontstaan vaak doordat het hart niet (meer) voldoende kracht
heeft om het bloed rond te pompen. 's Nachts wordt het hart minder belast en het
overtollige vocht kan dan worden uitgescheiden. Een verschijnsel is dan dat
mensen één of meer keren uit bed moeten om te plassen. 's Morgens zijn dan de
benen weer dunner; het vocht is uitgescheiden. Pas wanneer het hart verder
verzwakt, zien we dat het vocht 's nachts niet meer voldoende wordt
uitgescheiden. Op geleide van onder meer het 's nachts plassen (nycturie
genaamd) kan een indruk worden verkregen van de kracht van de hartfunctie. Water
zakt in de regel naar de laagst gelegen delen en meestal zijn dat dan ook de
benen. Het geven van 'plaspillen' is een op het symptoom gerichte behandeling.
Een therapie gericht op de oorzaak zal in ieder geval mede de hartfunctie
versterken. Oedeem in de benen kan ook ontstaan door spataderen, langdurig staan
of zitten, bijvoorbeeld een lange bus- of vliegreis. Het zou hier te ver voeren
nog andere soorten van oedemen op te sommen, maar er zouden er meer te noemen
zijn.
Lymfoedeem wordt veroorzaakt door stagnatie in de lymfestroom. Deze kan ontstaan
door druk op de lymfevaten of door onderbreking ervan. Het laatste zien we na
een borstamputatie wanneer ook de lymfeklieren in de okselholte worden
verwijderd. Door middel van lymfemassage wordt - door een heel lichte massage -
de weefselvloeistof in het interstitium in beweging gebracht om het zodoende uit
een lichaamsdeel af te voeren. Het staat in contrast tot gewone massage die
krachtiger is en zodoende dieper, vooral in de spieren, doorwerkt.
Om vervolgens verder het belang aan te geven van het interstitium voor
gezondheid en ziekte, is het goed te beseffen dat bloeduitstortingen,
ontstekingen en allergische reacties zich allemaal grotendeels afspelen in het
interstitium. Hoe deze processen, van het moment van het ontstaan tot herstel,
exact verlopen, blijft hier verder onbesproken. Het doel van dit artikel is om
duidelijk te maken hoe belangrijk het interstitium is en om aan te geven dat
meer aandacht ervoor nieuwe perspectieven kan bieden. Zowel binnen de reguliere
als binnen de natuurgeneeskunde. Het is een terrein waarop beide disciplines
elkaar zouden kunnen vinden. Ten slotte mag niet onvermeld blijven dat met name
het interstitium ons leert dat de mens geen statisch wezen is. In de mens is
voortdurend van alles in beweging en in dat verband is gebleken dat er sprake is
van ritmische bewegingen. Bekend zijn de bioritmen waarover is geschreven in
DNUA 184 van juli/aug. 2006. Hiervoor is gesproken over het interstitium als
opslagplaats voor zuren. De zuurgraad is echter niet altijd hetzelfde; deze
wisselt twee maal per etmaal, te weten om circa 4 en 16 uur. Er is een verband
aangetoond met de lichaamstemperatuur die eenzelfde ritme blijkt te hebben. De
mens staat, zo blijkt weer, ook in een duidelijke wisselwerking met zijn
omgeving in de meest ruime zin van het woord.
Bert Kloosterman
Telefoon 0543 565253
info@gezondbeterworden.nl