
Omega 3-vetzuren
ook in plantaardig voedsel
Voedingsdeskundigen lijden misschien niet aan orthorexie, een obsessie voor gezond eten, maar wel aan het eenzijdigheidsyndroom. Voeding is voor hen niets anders dan stoffen en delen van stoffen, waaraan allerlei positieve of negatieve eigenschappen worden toegeschreven. Het wordt voor de gebruiker steeds moeilijker om te weten wat al dan niet mag worden gegeten.Regelmatig besteden de media aandacht aan één bepaald aspect van de voeding en parallel daarmee verschijnen de reclamespots over allerlei middeltjes die rijk zijn aan een of andere bijzondere stof. Nog niet zo lang geleden ging alle aandacht naar het gevaar van vrije radicalen en de noodzakelijke antioxidanten als tegengif. Ook is er een tijd geweest dat bijna iedereen dacht aan Candida albicans. Een ander thema betreft de omega 3-vetzuren. Omega 3-vetzuren zouden bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten, een positieve invloed uitoefenen op de immuniteit, geschikt zijn bij chronische ontstekingsziekten en zelfs een grote rol spelen bij de hersenontwikkeling en het versterken van de ogen bij baby's.
Eskimo's
Omega 3-vetzuren komen voor in vette zeevis. De enorme publiciteit rond omega 3-vetzuren zet de mens aan om regelmatig vis te eten of naar visolie-capsules te grijpen. Ze zweren bij dit wondermiddel, dat massaal verkocht wordt. Het verhaal van de omega 3-vetzuren begon vijftig jaar geleden. Onderzoekers stelden bij de Inuit (Eskimo's) op Groenland vast dat zij nauwelijks last hadden van hart- en vaatziekten. Men was bijzonder verrast, gezien hun voedingspatroon dat overwegend uit rauwe, vette vis bestond. In deze onherbergzame streken met hun uiterst korte zomers hadden de Eskimo's geen andere keuze om te overleven. Hun vetrijke dieet bood blijkbaar bescherming tegen hart- en vaatziekten terwijl in de westerse wereld dierlijke vetten juist als de grote oorzaak worden gezien. Men kwam er achter dat de aanwezigheid van omega 3-vetzuren een hart- en vaatbeschermende functie heeft. Verschillende soorten zeevis uit koude wateren zijn er rijk aan. Dit heeft te maken met hun voedsel, dat voornamelijk uit algen en plankton bestaat. Om in deze koude wateren te overleven hebben deze vissoorten in hun huid een vetmantel opgebouwd als thermische isolatie. Onderzoekers hebben over het hoofd gezien dat de Eskimo's in een vrij onnatuurlijke omgeving leven en verplicht zijn geweest om hun voedingspatroon, vertering en stofwisseling aan te passen. Een vergelijking tussen de Eskimo's en de westerse mens gaat niet op omdat de omstandigheden waarin ze leven totaal anders zijn. Een mens voedt zich normaliter overwegend met koolhydraten (suikers) en aanvullend daarop kleine hoeveelheden vet en eiwit. Als we vanuit de hoeveelheid eiwit vertrekken staan tegenover 1 deel eiwit 2 delen vet en 5 à 7 delen koolhydraten. De Eskimo's echter eten hoofdzakelijk vet en eiwit. Het vet wordt bij hen voor een groot deel omgezet in suikers zoals dat ook bij katten en honden gebeurt. De Eskimo's eten overwegend rauw en verwerken grote hoeveelheden vet in een relatief korte tijd.
Goede eigenschappen
Onderzoekers gaan ervan uit dat omega 3-vetzuren plaquevorming tegengaan en daardoor het hart en de vaten beschermen. Verder wordt er een ontstekingsremmende werking aan toegeschreven alsook activering van het afweersysteem. Dat zijn uiteraard positieve eigenschappen die de gezondheid ten goede komen. Omdat vette zeevis rijk is aan dit specifieke vetzuur, was het niet moeilijk het te commercialiseren door capsules te vullen met visolie en deze op de markt te brengen. Door te wijzen op een aantal succesvolle onderzoeken werd het vertrouwen van de consument snel gewekt. Zo heeft een Italiaanse studie aangetoond dat patiënten met een hartinfarct die twee jaar lang dagelijks één gram omega 3-vetzuur gebruikten 30 % minder kans hadden op een volgend infarct, waardoor de overlevingskans met 40% was gestegen. Onderzoeken zijn vaak eenzijdig en houden te weinig rekening met de positieve invloed van andere factoren. Er werd bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het gewijzigde voedingspatroon, meer beweging, betere stressbeheersing, positieve instelling, beter omgaan met emoties, het tijdelijk of definitief wegvallen van het belastende beroep. Mensen die door een hartinfarct getroffen zijn, gaan anders leven.
Visolie krijgt massale aandacht van de media en wordt door artsen en therapeuten met veel overtuiging aanbevolen. Folders spreken van een wondermiddel dat veelbelovend is en onontbeerlijk in de preventie van levensbedreigende ziekten (toch zien we de statistieken over de mortaliteit door hart- en vaatziekten niet dalen). Visolie zou zelfs een rol spelen bij de ontwikkeling van de hersenen en een gunstige invloed hebben op de ontwikkeling van de foetus. Het kan zelfs gebruikt worden bij zware reuma, allergie en auto-immuunziekten.
Nieuwe mogelijkheden
Gelukkig zijn er onderzoekers die kritisch durven denken en niet zo snel van stapel lopen. Zo is alfa-linoleenzuur een essentieel vetzuur dat ons lichaam echt nodig heeft om gezond te functioneren. Daaruit kan ons lichaam zelf omega 3-vetzuur aanmaken. Deze nieuwe ontdekking maakt het gebruik van visolie overbodig. Men hoeft geen vis te eten of visolie te slikken om aan voldoende omega 3-vetzuren te komen. Plantaardige olie, die dagelijks in de keuken wordt gebruikt, is rijk aan alfa-linoleenzuur. Het is een feit dat het lichaam hiervan slechts een gedeelte kan omzetten; men gaat ervan uit dat dit vermogen ligt rond 10 à 15%. Dit is echter geen probleem omdat alfa-linoleenzuur zeer rijkelijk voorkomt, niet alleen in olie maar ook in noten, zaden, pitten, melk en groene groenten zoals spinazie. Tong, haring, bokking, makreel en sardine werden tot voor kort als de beste leveranciers van omega 3-vetzuren beschouwd. Nu worden ze door de plantaardige variant verdrongen.
Vergelijking omega 3-vetzuren in vis en in plantaardige olie
Tong 3,7 g/100 g Lijnolie 54,2 /100 g
Haring 2,8 Walnootolie 12,9
Bokking 2,1 Raapzaadolie 9,2
Makreel 2,0 Tarwekiemolie 7,8
Sardine 1,4 Sojaolie 7,7
Andere vis te verwaarlozen Maïskiemolie 0,9
Olijfolie 0,9
Zonnebloemolie 0,5
Met een gevarieerde voeding hoeft niemand zich zorgen te maken; we krijgen alles binnen wat we nodig hebben. Het zwaartepunt in de discussie rond de vetten ligt in de eenzijdige benadering van het begrip vet. Vet wordt door veel artsen, voedingsdeskundigen en verbruikers als ongezond beschouwd en dat is een verkeerde houding. Vet is een van de drie voedingsstoffen en maakt deel uit van onze dagelijkse voeding. Vet is opgebouwd uit vetzuren, en nadelige effecten hangen af van verschillende factoren, o.a. van de samenstelling en hun werking. Het gebruik van dierlijk voedsel, voornamelijk vlees en vleesproducten, zorgt ervoor dat de vetvertering en vetstofwisseling verstoord raakt. Het vetprobleem, dat in de westerse wereld duidelijk aanwezig is en de gezondheid bedreigt, moet in zijn geheel worden aangepakt.
Door de voorkeur te geven aan plantaardige olie krijgt men niet alleen voldoende omega 3-vetzuren binnen, maar gelijktijdig een groot aantal andere substanties met gunstige eigenschappen voor hart en vaten. Olijfolie is minder rijk aan omega 3-vetzuur, maar heeft een erg geprezen cholesterolverlagende werking. Vooral de bijzondere samenstelling van de vetzuren met een hoog gehalte aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren zorgen daarvoor. Ook melk en melkproducten zijn goede leveranciers van omega 3-vetzuren; biologische melk bevat er meer van dan gewone melk. Tot die vaststelling kwamen onderzoekers van de universiteit van Gent. De wetenschappers onderzochten de vetzuursamenstelling van verschillende melkmonsters uit de biologische en de gangbare landbouw. De angst om volle melk te gebruiken is ongegrond. Volle melk is rijker aan vet en bijgevolg ook aan omega 3-vetzuren. Vetten afkomstig van vlees zijn schadelijk, niet alleen doordat zij overwegend verzadigde vetzuren bevatten maar vooral doordat het harde vetten zijn. Melkvetten in melk, slagroom, boter of kaas hebben een laag smeltpunt en worden gerekend tot de vloeibare vetten. Deze vetten zijn bij matig gebruik nauwelijks schadelijk voor menselijke consumptie. Plantaardige vetten, die voorkomen in noten, zaden, kiemen, pitten en in mindere mate in fruit en groenten, bevatten overwegend enkelvoudige onverzadigde vetzuren (EOV) en in mindere mate meervoudige onverzadigde vetzuren (MOV), naast een geringe hoeveelheid verzadigde vetzuren (VV). Het heeft weinig zin om vetten die rijk zijn aan verzadigde vetzuren als slecht te beschouwen. Niet alle verzadigde vetzuren werken op dezelfde manier: sommige verhogen de cholesterol in het bloed, andere het triglyceriden-gehalte en weer andere zijn neutraal. Meervoudig onverzadigde vetzuren zijn lang geprezen als de allerbeste, zoals saffloerolie, ook distelolie genoemd. Deze meervoudige onverzadigde vetzuren zijn gevoelig voor preoxidatie. Sommige van die preoxiden zijn schadelijk. Plantaardige voedingsmiddelen bevatten overwegend onverzadigde vetzuren, maar er zijn uitzonderingen zoals kokosolie, palmolie en palmpitolie.
Het vetprobleem in het westerse voedingspatroon is hoofdzakelijk te wijten aan het veelvuldige gebruik van vlees en vleesproducten en het verwerken van dierlijk vet in talrijke voedingsproducten. Vegetariërs eten geen vlees en geen vis en krijgen daardoor weinig schadelijke vetten binnen. Vandaar dat zij het gebruik van plantaardig vet in de vorm van olie, oliesaus of mayonaise erg waarderen, eventueel aangevuld met melkvetten zoals boter, slagroom of kaas. Ook noten, zaden en pitten zijn goede leveranciers van vet. Een vegetariër gebruikt tussen 40 à 80 g vet per dag. Dat is nog altijd lager dan de vleesetende consument met al zijn vetarme producten. Zij beseffen niet hoeveel vet zij per dag eten, omdat zij geen rekening houden met de verscholen vetten die in zoveel voedingsmiddelen verwerkt zijn. Er is met absolute zekerheid aangetoond dat hart- en vaatziekten veel minder voorkomen onder vegetariërs. Alleen door minder vlees te eten, lost men het vetprobleem al voor een groot deel op.
Jan Dries, België
Tel.: 0032 89356708
E-mail: arinus@skynet.be
Terug naar menu
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 35e jaargang 2010, Nr. 208, bladzijde 11