Auriculothera

Thuis heb ik ergens een metalen doosje met zes acupunctuurnaalden. Ze zijn alle zes in de klassieke stijl: twee gouden, twee zilveren en twee stalen naalden. Dat onderscheid hing samen met de gedachte, dat goud de levensenergie zou stimuleren en zilver ze tot rust brengen. Een stalen naald joeg niets op en remde evenmin iets af, maar herstelde juist het evenwicht. Omdat het in alle gevallen juist gaat om het herstellen van de balans, gebruikt de moderne acupunctuurtherapeut meestal alleen nog stalen naalden. Drie naalden hebben de klassieke afmetingen; drie zijn heel klein, bedoeld voor ooracupunctuur.

Een gloeiende spijker.

Wanneer we het over acupunctuur hebben, denken we meteen aan de millennia oude, Chinese geneeskunst met naalden. De ooracupunctuur is niet Chinees en nog maar net een halve eeuw oud. Twee dingen stonden aan de wieg ervan. In de eerste plaats ischias. Wie dat zelf ooit heeft gehad of er een gezinslid onder zag lijden, kan ervan meepraten. Een kwaal met afgrijselijke pijn. Het komt neer op een beklemde zenuw, om wat nauwkeuriger te zijn, de heupzenuw. In medisch Latijn heet die nervus ischidiacus. Het is de dikste zenuw in ons lichaam, iets ter dikte van een potlood. In de mangel tussen twee ruggenwervels kan hij behoorlijk opspelen. Toen mijn man er ooit - in letterlijke zin - onder gebukt ging, bleek er geen pijnstiller tegen opgewassen. Zenuwpijnen zijn nu eenmaal heel hardnekkig. Pas toen een manuele therapeut met zijn volle gewicht op de dwarse wervels terecht kwam, was de pijn - als door een toverstokje aangeraakt - verdwenen.

De tweede factor bij de ontdekking van de ooracupunctuur was een menselijke: dokter Paul Nogier, een huisarts in de omgeving van Lyon. Zijn vader was professor; hij had de wetenschappelijke speurzin dus in zijn genen meegekregen. Op zijn spreekuur was het hem opgevallen dat sommige patiënten een littekentje in hun oorschelp hadden. Toen hij ernaar vroeg, vertelde men dat daar hun ischias door was genezen. Iemand in de buurt maakte een spijker roodgloeiend en prikte ermee op die plek. De pijn verdween dan als sneeuw voor de zon. Een vrij barbaarse manier van doen, maar als je erge pijn hebt, vind je elke behandeling best. Dokter Nogier nam de proef op de som. Eerst gebruikte hij ook een gloeiende spijker, die hij in een houten handvaatje klemde. Daarna probeerde hij het met gewone naainaalden en toen met de wat beter te hanteren acupunctuurnaalden. Het verhitten was niet nodig; een prik met een koude naald bleek even goed te helpen.

Volstrekt nieuw was het dus niet, maar Nogier was wel de eerste die er dieper over na ging denken. Tot dusver was er geen verklaring voor gevonden. In de typisch wetenschappelijke gedachtegang van tegenwoordig wordt altijd in oorzaak en gevolg gedacht. De samenhang tussen die twee moet duidelijk zijn. Ik herinner me de film van The Longest Day. Een pantservoertuig op het Normandische strand wil pertinent niet starten. De beachmaster zegt: 'Mijn oma zei altijd: als een stuk techniek niet werkt, geef het dan een flinke opdonder'. Hij gaf het voertuig inderdaad 'a good bash' met zijn knoestige wandelstok en zei: 'Nóg eens starten'. Waarop de motor draaide als een tierelier. Dat is een typisch geval van een gevolg, dat niet echt aan een oorzaak is op te hangen. Commandanten van pantsercolonnes zullen dus nooit met knoestige knuppels worden uitgerust. Nogier was zich daarvan bewust en zocht naar een samenhang. Hij was intussen achter het bestaan van acupunctuur gekomen en zocht het in die richting. Alleen was de vraag: zitten er nog meer van die punten op het oor en hoe vind je ze dan? Dat vinden bleek wel mee te vallen. Als iemand ischias had en hij duwde met de punt van een zacht potlood op de bekende plek, dan deed dat zeer. Een potlood als medisch instrument vond hij net als indertijd de spijker aan een houtje wel wat primitief, dus vond hij een tastertje uit. Een metalen stiftje met een veertje, opgesloten in een houdertje. Had een patiënt ergens last van dan tastte hij de hele oorschelp af totdat er 'au' gezegd werd. Het zoeken was op die manier tijdrovend en hij vond algauw een kortere methode.

Gouden oorringetjes

Het was meer intuïtie dan beredenering. Iedereen had het kunnen zien, maar niemand stond er ooit bij stil. Als u een oorschelp goed bekijkt, lijkt hij precies op een foetus. Probeert u het zelf eens zo te zien. Een vrucht in de moederschoot drijft daar ondersteboven in. Het oorlelletje is het hoofdje, de rand in het oor het ruggetje, de kronkelige lijnen binnen het oor het opgekrulde lijfje. Als u met uw vingers langs uw oor gaat, zit er halverwege een stevige richel. Voor wie graag namen weet: de anthelix. Die zou dan in verbinding met de ruggengraat staan. Inderdaad zat het littekentje dat vroeger zijn nieuwsgierigheid had opgewekt precies op de plek waar je de overgang van de lendenwervels naar het heiligbeen zou zoeken. Toen hij dat had vastgesteld, was het meteen een stuk gemakkelijker de juiste punten op te zoeken. Je wist altijd ongeveer, waar je met je taster aan de slag moest. Stukje bij beetje werd er een hele 'landkaart' van het oor ontworpen.

De oorschelp kreeg nu eindelijk waardering. Voorheen was hij maar nauwelijks van betekenis. De gehoorgang wordt er niet voldoende door beschermd. Geluid opvangen doet hij ook al niet zo best. Als je iets goed wil horen, zet je je hand achter je oor. Maar als het blijvend in die stand zou blijven staan, roept iedereen dat je flaporen hebt. Dan komt de plastische chirurg eraan te pas om die bij-de-wind-zeilers recht te zetten. Nog iets: je kunt je oren nauwelijks bewegen. Wie bijvoorbeeld een paard met zijn oren ziet werken, weet meteen hoe het zou moeten. Komt er ergens geluid vandaan, dan draaien de gevoelige oorschelpen meteen die kant uit om het beter op te vangen. Ik heb van mijn leven nog maar één persoon ontmoet die zijn oren - en dan nog maar een heel klein beetje - kon bewegen. Het enige waar ze goed voor zijn, is als thermometer. Als het flink koud is, zeg je dat 'de oren je van het hoofd vriezen'. Ze weerspiegelen ook innerlijke toestanden, want opgewonden mensen krijgen 'rode oortjes'. Ook verlegen figuren kunnen vlammend rode oren krijgen. Met die laatste constateringen komen we al heel dicht bij de band die er tussen de oorschelpen en de rest van het lichaam bestaat.

Dokter Nogier ontdekte nog iets anders. Tot in het begin van de vorige eeuw was het niet ongebruikelijk dat zeelui kleine gouden oorringetjes droegen. Ik herinner me in mijn kinderjaren ooit een Urker palingvisser te hebben gezien met zulke ringetjes. En ze stonden hem beslist niet verwijfd. De historische verklaring is, dat de ringen een bepaalde internationale waarde hadden. Een zeeman die schipbreuk leed en ergens in den vreemde aanspoelde, had altijd iets bij zich dat hij te gelde kon maken. Met de opbrengst van zijn oorringen kon hij zich voorlopig even redden. De zeelui zelf zeiden dat de ringen hun ogen scherper maakten. Daar werd door de officiële wetenschap nogal lacherig over gedaan. Maar vanuit het standpunt van de ooracupunctuur denken we er nu wat genuanceerder over. Als het oorlelletje het hoofd van de mens vertegenwoordigt, ligt het punt van het oog er ergens midden op. Een gaatje prikken in dat punt is in feite een acupunctuurbehandeling. Doe je er een gouden ringetje door, dan stimuleert het goud volgens de klassieke acupunctuur het orgaan dat bij dat punt behoort. Gaatjes in de oorlellen met een gouden ringetje erdoor zouden dan inderdaad het gezicht verbeteren. Ben onverwachte kijk op piercing, al luidt de boodschap: wees voorzichtig, als je niet weet wat je stimuleert.

Migraine

Paul Nogier had vooral veel succes bij moeilijke kwalen als migraine, zenuwpijnen, allergieën en verslavingen. Vooral bij migraine was zijn methode overduidelijk een schot in de roos. Wie last van schele hoofdpijn heeft, weet maar al te goed, hoe ellendig deze kwaal kan zijn. De pijn is overweldigend, misselijk makend, alle activiteit verlammend. Je kunt licht noch geluid verdragen. Dr. Nogier hield ooit een lezing in München voor een kritisch gehoor van een honderdtal artsen. Midden in zijn betoog stond iemand op en kwam het podium op klossen. Kennelijk geloofde hij er geen lor van en was extra geïrriteerd, omdat er net een aanval van migraine in donderende galop in aantocht was. Of de geachte prater hem er even af kon helpen. Als ooracupunctuur zo'n wondermiddel was, moest dat toch geen punt zijn. Dan kon hij tenminste de rest van het verhaal nog horen. Nogier was volstrekt niet overdonderd. Hij liet de man plaatsnemen en onderzocht zijn oorschelpen. Hij stak er een paar naaldjes in en tot ieders stomme verbazing voelde de patiënt de pijn wegtrekken. 'Er is iets niet in orde met uw nek,' zei Nogier nog 'hebt u wel eens een ongeluk gehad?' Het antwoord was eerst 'nee, nooit', maar toen kwam de herinnering aan een onbelangrijk botsinkje weer boven. Gewoon wat blikschade en verder niets. 'Toch laten nakijken,' was de reactie 'anders komt de pijn gegarandeerd weer terug.' Er bleek inderdaad sprake te zijn van een whiplash. Toen die verholpen was, bleek de migraine ook voorgoed verleden tijd. Wat voor Nogier belangrijk was: hij had een vooraanstaande arts als massieve voorstander van zijn methode gewonnen. De ooracupunctuur begon zijn opmars in Duitsland. Men sprak daar trouwens liever van auriculotherapie (auricula is oor in het Latijn). Ook in de Volksrepubliek maakte men zich meester van deze geneesmethode. Al was ze dan niet in China ontdekt, ze was er toch een dochter van. In menig Chinees ziekenhuis wordt bij operaties een verdoving toegepast door middel van ooracupunctuur. Het grote voordeel is dat de patiënt bij kennis blijft. Hij wordt met een kater wakker en ondervindt geen nadelige gevolgen van een langdurige verdoving. Omdat de anesthesie vrij lang blijft werken, is er na een operatie ook opvallend weinig napijn. Wel is niet iedereen toegankelijk voor deze wijze van verdoven, maar dat wordt in een ziekenhuis natuurlijk van tevoren nagegaan. In 80% van de gevallen helpt het wel.

Verslaving

Er wordt nogal eens laatdunkend gesproken over de hulp die de alternatieve geneeskunst en met name de auriculotherapie en acupunctuur kunnen bieden aan verslaafden. Dan moet men wel bedenken dat er twee kanten aan de zaak zijn. Op het biologische vlak is er de gewenning van het lichaam. Een ontwenning brengt soms hevige reacties met zich mee. Probeert men het door domweg ergens mee op te houden (cold turkey noemt men die manier van doen in verslaafde kringen), dan houdt de patiënt het vaak niet vol. Dat hangt trouwens van de soort drug af. Het is bekend dat het bij opium vaak zonder al te grote problemen lukt, terwijl je bij heroïne aan de ontwenningsverschijnselen kunt sterven. Men kan dan ook het beste afkicken onder medisch toezicht. De andere kant van de verslaving is het maatschappelijke aspect. Wie het leven na genezing toch niet meer ziet zitten, zwaar gedeprimeerd raakt en zich lamlendig voelt, zal geneigd zijn weer naar drugs te grijpen. Daar is geen prik in oor of lichaam tegen opgewassen. Gewoon een paar naaldjes in de oren steken is in dit geval in ruime mate onvoldoende. Er is een constante begeleiding nodig op maatschappelijk gebied.

Ilse Dorren

 

 

 


Terug naar menu


Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 26e jaargang, Nr. 152, bladzijde 12