
Met het oog op het in aantocht zijnde donkere en misschien wel gure seizoen, waarin verkoudheidjes en hoestjes zeker veelvuldig zullen optreden, zeker na een warme zomer met weken achtereen hoge zomersmog-waarden, leek het me zinvol om u iets te vertellen over een plant die al vele eeuwen zijn waarde als probaat middel bij hoest en als sluimoplosser bewezen heeft.
Ik wil het hebben over de heemst. Heemst is een broertje van de prachtige stokroos en het kaasjeskruid. Deze planten die tot de Malvafamilie behoren, vormen stevige wortels. De latijnse naam van Heemst is Althaea officinalis. Het toevoegsel officinalis wil zeggen, dat de plant in vroegere tijd "officieel"was, dus ....... aangemerkt werd als een geneeskrachtige plant.
Nog tot in onze eeuw werd de wortel van de Althaea officinalis veel gebruikt als zogenaamde tandwortel. Dat wil zeggen dat kleine kinderen een althaeawortel kregen om op te bijten in de perioden dat de tandjes doorkwamen. Ik verwonder me altijd me altijd weer over de inzichten in de geheimen van de natuur, zoals vele mensen die bezaten in vroeger tijd. Want, als een kind tanden krijgt, kan de rest van het lichaampje ook enigzins van streek zijn. Diarree, rode billen, uitslag, verkoudheid, hoesterig, wat huiliger, en soms zelf wat koortsig. Het hoort er allemaal bij als de eerste tandjes een weg naar de buitenwereld zoeken.
Het bijten op zo'n Althaeawortel verlichtte niet alleen de pijn in de mond en bespoedigde het doorkomen van de tanden, maar door dat bijten op de Althaeawortel kwamen ook de stoffen die aanwezig zijn in die wortel vrij. De belangrijkste stof in de Althaeawortel is een plantaardig slijm dat heel weldadig werkt op slijmvliezen van mond, maag en darmen. Zo had het kind niet alleen iets om op te bijten, om zijn tanden letterlijk door zijn tandvlees te bijten, maar het kreeg tegelijktijd ook de geneeskrachtige stoffen binnen om de bijverschijnselen van het tandenkrijgen zoveel mogelijk in goede banen te leiden.
Toen de kunststoffen hun intrede deden kwamen de zogenaamde bijtringen in zwang. Uit hygiënisch oogpunt bezien wel begrijpelijk, want niet iedereen heeft tegenwoordig een Altheawortel bij de hand, en indien wel, dan nog moet het allemaal zeer zorgvuldig gebruikt worden, omdat zo'n wortel snel schimelt. En die plantenschimmels kunnen maar beter niet in de mond komen van het tanden-krijgend-kind.
De Heemst of Althaeawortel als tandenwortel, als plantaardige bijtring is verleden tijd. Wel wordt de Althaea nog gekweekt om er een hoestsiroop van te maken. Vooral heel kleine kinderen reageren meestal zeer goed alsook snel op Althaeasiroop.
Zoals ik al zei, in de wortel van de Althaea officinalis bevinden zich plantaardige slijmstoffen die een prima middel zijn bij hoest die het gevolg is van slijmvorming in de luchtpijp en de bronchieën.
Althaea siroop past vooral bij de wat nerveuze kinderen die, eenmaal in rust liggend een waar hoestconcert kunnen geven.Het in donker liggen maakt zulke kinderen dikwijls wat nerveus en de bronchieën die in zo'n situatie toch al enigszins geïrriteerd of zelfs ontstoken zijn, reageren op de nervositeit.
U kunt als vuistregel aannemen, dat preparaten uit de wortel van de plant, bijna altijd een versterkende en genezende werking op het zenuwstelsel bezitten. Zo werkt de siroop uit de Althaeawortel gemaakt dan ook rustgevend op het zenuwstelsel. Het dempt de hoestprikkel en lost het vastzittende slijm beter op. Althaeasiroop is in iedere apotheek verkrijgbaar. Verstandige huisartsen schrijven het - ook in deze tijd - nog dikwijls als hoestmiddel bij kleine kinderen. Misschien iets om in gedachten te houden, die Althaeasiroop, met het oog op het naderend winterseizoen.
Jaap Huibers
Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 22e jaargang, Nr. 132 ,bladzijde 20