Achteruitgang aantal insecten; gevaar voor voedselvoorziening?

Uit: Nr. 269, sept/okt 2020

Mijn opa en oma woonden op de Holterberg aan de rand van het bos. Achter hun huis stonden een paar krentenstruikjes van een meter of drie hoog en als die bloeiden, waren ze omgeven door honderden zoemende insecten. Hoeveel insecten zie je nu rond een bloeiend struikje? Tien, twintig?

plaatje trend insectenHet aantal insecten is in de laatste 50 jaar hard achteruitgegaan, in Nederland, in Europa en ook wereldwijd. Een studie uit Duitsland concludeert dat de totale biomassa van insecten sinds 1989 met ruim 75% is afgenomen (zie onderstaande grafiek); biomassa is het gewicht van levende wezens. Ook in Nederland is er sprake van een sterke afname; de laatste 10 jaar gaat die minder snel. Professor Dave Goulson schat dat wereldwijd het aantal insecten sinds 1970 met ongeveer 50% gedaald is. Om dat precies in te schatten, zouden er meer langetermijnstudies nodig zijn, maar vlgs. prof. Goulson kunnen we niet nog eens 25 jaar wachten met iets te doen; anders zal het te laat zijn. Insecten zijn namelijk nodig voor alle ecosystemen: om gewassen te bestuiven, als voeding voor andere diersoorten en om voedingsstoffen in het ecosysteem te recyclen. Als er te weinig insecten zijn om bloemen te bestuiven, kunnen er bijvoorbeeld voedseltekorten ontstaan. In de Chinese provincie Sichuan moeten landbouwers nu al peren met de hand bestuiven, omdat alle insecten verdwenen zijn.

Er kan iets gedaan worden om de trend om te keren; dat is alleen niet in een paar weken gedaan: er zijn jaren voor nodig. De coronacrisis begint nu (eind april 2020) minder te worden, dankzij de fantastische aanpak van alle mensen in de maatschappij. Wanneer er met dezelfde saamhorigheid maatregelen genomen worden om de biodiversiteit te verbeteren, kan er een veel grotere ramp voorkomen worden.

Oorzaken

Plaatje Achteruitgang InsectenWat zijn de oorzaken en wat zijn de oplossingen? De oorzaken voor het verdwijnen van de insecten zijn: verlies van leefgebied, chronische blootstelling aan mengsels van pesticiden, ziekteverwekkers en klimaat­verandering.

Verschillende insecten hebben verschillende behoeften qua voeding, voortplanting en behuizing. Bij kleinschalige landbouw kan hier vrij goed aan worden voldaan, maar grootschalige landbouw met grote velden met maar één gewas (monocultuur) zijn niet geschikt voor meerdere soorten insecten samen.

Landbouw met monocultuur is een paradijs voor sommige insecten, die zich gemakkelijk kunnen vermenigvuldigen en een be-dreiging vormen voor de oogst. Daar worden dan weer bestrijdingsmiddelen voor gebruikt, die niet alleen het bedoelde insect vernietigen, maar ook andere en een impact hebben op het hele ecosysteem, inclusief de mens. Hierdoor wordt wel duidelijk dat verschillende factoren met elkaar verweven zijn. Ook de toepassing van veel stikstof, bijvoorbeeld door kunstmest, on-gecomposteerde varkens- of kippenmest direct op het land, heeft invloed op de insectenpopulatie. Waarom? Hierdoor groeien namelijk bepaalde grassen en granen heel snel, waardoor andere weideplanten en -bloemen weggeconcurreerd worden. En met al deze bloemen verdwijnt ook de voedingsbron voor verschillende soorten insecten. Verlies van leefgebied voor insecten ontstaat natuurlijk ook door de verstedelijking.

Wat te doen?

Volgens een rapport van Wageningen Universiteit uit 2018 lijkt het niet mogelijk om de aantallen en diversiteit van de insecten in Nederland duurzaam te herstellen en te behouden als het huidige landbouwsysteem wordt voortgezet. Hierbij worden de monoculturen, de bestrijdingsmiddelen en de kunstmest genoemd, met de opmerking dat het niet duidelijk is welk van deze aspecten het schadelijkst is en dat het ook geen zin heeft om dat te gaan uitzoeken, omdat ze allemaal nauw met elkaar verbonden zijn. Kleine aanpassingen aan de landbouw­kundige systemen zullen waarschijnlijk niet voldoende zijn om de negatieve trend om te keren. Daarvoor zijn grotere en structurele veranderingen in de bedrijfsvoering nodig: op de boerderijen, maar ook in de hele keten van het veredelen van het gewas, het verbouwen, het verwerken, het transporteren, de opslag, de verkoop tot en met de consument (de ‘agrifoodketen’), het financieringssysteem en het beleid. Aldus het rapport van de Wageningen Universiteit (WUR). Het initiatief ‘samen voor biodiversiteit’ (www.samenvoorbiodiversiteit.nl) is een hele goede stap in deze richting. De groei van de biologische landbouwoppervlakte stijgt gestaag (zie de grafiek op de volgende pagina), maar de totale oppervlakte voor biolandbouw bedraagt nog slechts 1,2% van het totale landbouwareaal, dus: wat kunnen we nog meer doen?

Wat je als consument kunt bijdragen aan de teruggang van de insecten is:

• Biologisch eten en minder vlees eten. Dit is gezonder en smaakt vaak ook beter.

• Plant bloemen en groen in je tuin en in de steden.

• Gebruik geen bestrijdingsmiddelen in je eigen tuin.

• Je kunt de gemeente vragen de bermen en ander groen pas te maaien na de bloeitijd.

Biologisch eten

Door biologisch te eten, dalen de concentraties van bestrijdingsmiddelen en hun stofwisselingsproducten in het bloed. En dit is belangrijk, omdat bestrijdingsmiddelen gelinkt zijn aan hormoonverstoring, neurologische ziekten, geboortedefecten, on-vruchtbaarheid en kanker. Het tegenargument is altijd dat de hoeveelheid van de resten van bestrijdingsmiddelen altijd binnen de norm is. Maar daarbij wordt geen rekening gehouden met de synergie van verschillende gifstoffen. Ze belasten allemaal het ontgiftingssysteem van de mens en ook dat van de planten zelf. Biologisch verbouwde voedingsmiddelen bevatten meer gezonde stoffen, zoals vitamine C, antioxidanten, omega 3-vetzuren, ijzer, magnesium en fosfor. De plant zelf heeft deze stoffen minder verbruikt. Alle kleine beetjes helpen.

Opbrengst biolandbouw

Plaatje Biologische LandbouwareaalVolgens een Zweeds onderzoek is de op-brengst van biolandbouw 20% lager en is er dus meer land voor nodig, waarvoor bos moet worden gekapt. De conclusie was dat biolandbouw minder goed is voor het klimaat dan conventionele landbouw. Onderstaand hierbij een paar kanttekeningen.

De opbrengst werd hier gemeten in ton per hectare, niet in voedingsstoffen. Conventioneel verbouwde voedingsmiddelen bevatten minder micronutriënten, zoals vitaminen en mineralen.

Dat heeft twee redenen:

Ten eerste is de beschikbaarheid van micronutriënten voor de plant minder bij conventionele landbouw, omdat er bodembacteriën en kleine bodemdiertjes voor nodig zijn om de niet-organisch gebonden mineralen opneembaar te maken voor de plant. Door onder andere het gebruik van bestrijdingsmiddelen en van kunstmest, en door het omploegen van de bodem is het bodemleven minder rijk dan bij biolandbouw.

En ten tweede ligt het aan de genetische eigenschappen van niet-biologisch verbouwde gewassen; deze worden sinds langere tijd geselecteerd op snelle groei. Hierdoor worden er minder ‘secundaire plantenstoffen’ gevormd. Wat zijn primaire en secundaire plantenstoffen? Dit heeft te maken met het groeistadium. Primaire plantenstoffen – eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen – zijn direct nodig voor de basale stofwisseling, groei en voortplanting. Als de omstandigheden gemakkelijk zijn (bijvoorbeeld in een kas), dan draait de primaire stofwisseling op volle toeren, maar bij veranderende omstandigheden (weersomstandigheden, of stress) worden er meer secundaire plantenstoffen gemaakt, die de plant beschermen tegen vraat, temperatuurverschillen, enz. Dit zijn onder andere flavonoïden, terpenen en alkaloïden. Flavonoïden geven kleur aan groente en fruit en vangen vrije radicalen weg. Ze smaken meestal bitter. Ook voor de mens hebben veel van deze secundaire plantenstoffen een beschermende werking. Zo beschermen bitterstoffen tegen suikerziekte en overgewicht. Het wegvangen van vrije radicalen helpt om laaggradige ontsteking en veroudering tegen te gaan.

Een studie in Frankrijk liet zien dat 40% vermindering van bestrijdingsmiddelen niet ten koste gaat van de productie. Dit kan een eerste stap zijn, maar komt waarschijnlijk niet in de buurt van de door de Wageningen Universiteit voorgestelde grote structurele veranderingen. Ook in de biolandbouw is het mogelijk om de bodemvruchtbaarheid en productiviteit op natuurlijke, niet-schadelijke wijze te verhogen door gecomposteerde mest en groenafval in de bodem te verwerken.

Met de huidige stand van zaken kan de opbrengst van biolandbouw inderdaad minder zijn, maar het blijft nodig om het hele plaatje te bekijken. De bijdrage aan het broeikaseffect is één ding, biodiversiteit een ander ding. En de opbrengst van biolandbouw kan verhoogd worden door verdere ontwikkeling naar biodynamische en vedische landbouw. Dr. Thimmaiah, professor in duurzame landbouw aan MIU Fairfield, legt uit dat na een aantal jaren biologische landbouw de bodemkwaliteit zoveel beter wordt dat de opbrengst veel hoger wordt dan bij monocultuur.

Vedisch

Tot zover hebben we het gehad over conventionele, biologische en biodynamische landbouw. Ook de vedische landbouw en de vedische architectuur en landschapsplanning passen bovengenoemde principes toe, en voegen het vedische aspect van bewustzijn toe. Volgens de Maharishi Vedische Landbouw is het bewustzijn van de landbouwer heel belangrijk voor de subtiele en ook voor de grovere kwaliteit van zijn producten. En volgens de klassieke vedische teksten wordt zelfs het weer gunstig beïnvloed als het collectief bewustzijn vrij is van stress. Een deel van de vedische architectuur ofwel Sthapatyaveda gaat over stads- en landschapsplanning. Hierbij wordt rekening gehouden met veel groen tussen de huizen, biologische tuinen en voedselproductie, hernieuwbare energie en intelligent gebruik van regenwater (www.vediccityplanning.com).

Gerrit Jan Gerritsma

www.ayurveda-arts.nl