Farmacie op verkeerd spoor?

Uit: Nr. 239, sep/okt 2015

Er zijn in de loop der tijd nogal wat processen tegen de farmacie gevoerd. Meestal op grond van niet verwachte of niet vermelde ernstige bijwerkingen of onwerkzaamheid van de producten. Meestal worden deze gewonnen en betaalt de fabrikant zonder protest de gevraagde boete, die vaak in de miljoenen loopt. De geneesmiddelenindustrie zit daar blijkbaar niet mee, dank zij hun enorme winsten. De buffer blijkt groot genoeg.

Eigenlijk gebruiken wij liever de term begeleidingsmiddelen in plaats van geneesmiddelen, omdat chemische pillen uitsluitend symptoombestrijdend werken en niet genezen. Niettemin kan het verdwijnen van een symptoom wel vaak het begin van genezing betekenen. Het lichaam kan zelf, als er een symptoom verdwijnt, het genezingsproces op zich nemen. Dit is het kenmerk van een echte genezing. Naast dit aspect dient ook genoemd te worden dat elk chemisch middel een bijwerking heeft, wat uiteraard bij de farmacie ook bekend is. Het vertrouwen in de farmacie is mede daardoor niet groot.

Bijwerkingen

In 1957 is het middel Softenon op de markt gekomen. Dat bleek ernstig schadelijk voor de ongeboren vrucht: vele kinderen kwamen met ernstige misvormingen ter wereld. Korter geleden hebben we het schandaal over Vioxx gehad, een als veelbelovend beschouwde ontstekingsremmer tegen reumatoïde artritis. Dit middel bleek echter al snel onwerkzaam en bovendien hartklachten te veroorzaken.
Amalgaam was een bekend vulmiddel in de tandheelkunde. Bezwaren tegen het gebruik ervan zijn al omstreeks het midden van de negentiende eeuw geuit. Dat ging echter niet over een al dan niet goed gevoerd onderzoek, maar over de toxische werking van het zware metaal kwik dat 50% van de samenstelling van het amalgaam uitmaakte. Dit lag dus iets anders, maar de gevolgen waren hetzelfde: de Duitse fabriek Degussa kreeg veel claims over het door hen geproduceerde amalgaam en stopte de productie ervan.

Daarnaast zijn er voldoende processen gevoerd om de ernstige tekortkomingen van onderzoek naar nieuwe middelen aan te tonen. Ook malversaties kwamen boven water. Een soort ‘Stapel’-effect in de gezondheidszorg (verwijst naar de onderzoeksmanipulaties van prof. Diederik Stapel; red. DNUA). Mede als gevolg hiervan zijn in de loop der tijd – uiteindelijk – vaak onwerkzame of zelfs foute geneesmiddelen uit de handel genomen.

Statistiek

De farmacie maakt veel gebruik van statistiek. Hiermee wordt de effectiviteit van de te onderzoeken stof bepaald. Dit is een zwaktebod omdat statistiek niet de volledige waarheid weergeeft, maar slechts de werkelijkheid benadert.
De resultaten van de onderzoeken worden door een geoliede publiciteitsmachine onder de aandacht gebracht en de consumenten, inclusief de artsen, volgen als onnozele ganzen. Miljoenen mensen geloven die reclame en gebruiken het product op grond van een onderzoek dat onvoldoende berust op echte bewijsvoering. Vrijwel iedereen maakt een kniebuiging voor de macht van dit oorspronkelijk door Rockefeller geïnitieerde mechanisme.

Energetisch denken

Naast de farmaceutische aanpak (de behandeling van patiënten met chemische stoffen) ontwikkelt zich de laatste jaren een vorm van therapie: het energetisch denken. Deze lijkt in staat om de traditionele benadering grotendeels te vervangen; het lijkt tenminste additionele potentie te hebben. Dat dit niet zonder slag of stoot gaat, is duidelijk. De klassieke homeopathie – hoewel niet van de laatste jaren, maar al sinds het begin van de negentiende eeuw – is een mooi voorbeeld van energetische therapie. De energetische werking van deze methode wordt steeds duidelijker. Het mooie onderzoek hierover van de Fransman Jacques Benveniste in 1988 werd door een Engelse goochelaar, Randi geheten, op onwaardige wijze bestreden en diens visie werd in een grote publiciteitscampagne vormgegeven. Benveniste stierf kort daarop. Het gevecht is hard. Overigens zijn de resultaten van zijn onderzoek inmiddels al door diverse befaamde wetenschappers weer in ere hersteld.

Het wordt tijd dat de farmacie de hand in eigen boezem steekt. We moeten nóg meer gaan beseffen dat naast de stof ook de geest een functie heeft in het menselijk lichaam. Diverse vormen van esoterie worden nu veel beoefend: meditatie, yoga en andere oosters aandoende methodieken; deze blijken heel populair en zijn een antwoord of een aanvulling op de gangbare chemische benadering van ziekten. Vele energetische methoden zijn al volledig geïntegreerd in de huidige maatschappij en volgens diverse onderzoeken zijn ze zeker effectief.

Hoe komt het toch dat we om ons heen alle gevolgen van de bijwerkingen van de chemie zo duidelijk zien en er talloze mensen aan overlijden, terwijl één enkel geval (bijvoorbeeld Sylvia Millecam) geregeld als afschrikwekkend voorbeeld opgevoerd wordt? De rol van de media, die dit nog verder opklopt, is hierbij uiterst dubieus.

Zelfmedicatie

Een gevolg van de afhankelijkheid van de farmaceutische macht is de weerstand die daartegen gaat ontstaan. De farmacie probeert nu claims te voorkomen door medicijnen langdurig en grondig te testen, waardoor het onderzoek naar een nieuw middel vele jaren in beslag kan nemen. Patiënten moeten daarop wachten. Zij vrezen dat deze wachttijd levens kan gaan kosten en willen de pillen eerder gaan gebruiken of gaan zelf experimenteren met hun medicatie buiten de dokter om. Op dit moment kan dit formeel niet. Voor de artsen is er voorschrijfplicht en ook fabrieken zijn terughoudend. In de recente Ebola-epidemie had dit probleem niet hoeven te bestaan als de fabrieken niet aangesproken zouden worden op onvoldoende onderzoek. Werkers in het veld hebben veel behoefte aan vaccins in wording, maar krijgen geen kans. Dit is een schrijnend voorbeeld van hoe het ontbreken van zelfmedicatie veel levens kan kosten. Een gevolg zou wel zijn dat de farmacie een groot deel van haar macht ontnomen wordt. Deze zelfmedicatiegedachte is ontwikkeld door de Amerikaanse filosofe Jessica Flanigan. Zij doceert ethiek, gezondheidsrecht en leiderschap aan de universiteit van Richmond. Zij promoveerde op het onderwerp ‘Wijsgerig onderzoek naar zelfmedicatie’ en werkt op dit moment aan ‘Liberal Medicine’, een publieksversie van haar werk. Vaak valt in haar werk de term ‘medisch paternalisme’. Hiermee bedoelt zij dat er nog een te grote macht van de arts bestaat en dat uiteindelijk de verantwoordelijkheid meer bij de patiënt zelf behoort te liggen. Als deze dit niet aan kan, moet er advies gevraagd kunnen worden.
Dat kan natuurlijk mensenlevens kosten, maar de beslissing komt op een ander niveau te liggen. De intuïtie van de mens kan dermate sterk zijn dat hij of zij aanvoelt dat het gebruiken van een ‘dubieus’ middel voor hem of haar toch therapeutisch kan werken. Uiteindelijk kan de mens zelf in sommige gevallen misschien beter bepalen of een pil geschikt voor hem is dan de arts. Het unieke karakter van een mens is dan geen garantie voor de juiste beslissing maar vaak wel beter dan de Evidence Based Medicine (EBM) waardoor de mens in zijn vrije wil wordt beperkt. De EBM stuit dan ook steeds meer op weerstand.

Energetische benaderingFarmacie Medicijnen

Hierboven werd deze werkwijze al kort genoemd. Naar deze energetische denk- en werkwijze zijn al een paar onderzoeken gedaan die op zijn minst in de farmaceutische wereld opschudding zouden moeten veroorzaken. Niets van dat alles. De uitkomsten van die onderzoeken zitten voorlopig nog in de doofpot.
Eén van die onderzoeken heeft betrekking op het mogelijke misbruik van de statistiek.
Gebleken is dat het gebrek aan objectiviteit van de onderzoeker (en niemand is voor de volle honderd procent objectief) de resultaten van het statistische onderzoek onbetrouwbaar kan maken. De bevooroordeelde mening die een onderzoeker heeft, kan het onderzoek en dus de statistiek beïnvloeden. Zuivere objectiviteit bestaat niet, maar wel dicteren de statistieken, die dus in principe niet deugen, het slikgedrag van miljoenen mensen. Toch wel iets om over na te denken.
De Amerikaan John Ioannidis (hoogleraar Stanford University, Californië) zegt dat 85% van het medisch onderzoek verspilde moeite is (Dagblad Trouw, 13 september 2014). Ioannidis is een vriendelijke, optimistische man met een constante glimlach om zijn mond. Hij is een vurig voorstander van wetenschap. Maar deze wetenschap is verworden tot een spel met spelregels. Misschien is het op grond daarvan noodzakelijk het woord wetenschap opnieuw te definiëren. Statistieken spelen in dit spel een grote rol en leiden vaak tot onnauwkeurigheden en ik wil hier niet het woord malversatie noemen, maar door de druk van de farmachemie kan de neiging hiertoe wel zeer groot worden. De hoogte van de lat van wetenschappelijke integriteit raakt hier in het geding. We hebben het gezien bij de affaire-Stapel.
Ioannidis haalt het onderzoek aan naar de werking van magnesium bij het hartinfarct. Aanvankelijk bleek dat – bij een twaalftal studies die goed van opzet waren – de sterfte als gevolg van een hartinfarct met 50% daalde. Door de twijfel die hierover ontstond, werd tot een grotere trial besloten. Wat bleek: 25% minder sterfte. Daarna een nog grotere trial. Uitkomst: geen heilzaam effect. Ja, zelfs leek het magnesium schadelijk te zijn.
Wat zit hier achter? Een slechte opzet van het onderzoek? Te kleine trials? Nee, het aanvankelijke grote enthousiasme beïnvloedde de uitslag van het onderzoek. Men wílde zo graag. Toen twijfel aan de basis van het volgende onderzoek ontstond, daalde het percentage. En die twijfel werd steeds groter.
Ioannidis noemt één keer de drang om een theorie te bevestigen, wat inderdaad een reëel gevaar is bij het gebruik van statistiek.
Kent u nog het proefje waarbij iemand voor een soort flipperkast gaat zitten waar balletjes via spijkers naar beneden vallen? Er ontstaat dan een Gauss-curve (An den Rändern des Realen, Jahn en Dunne. M-tec Verlag). Deze curve is te beïnvloeden als de gedachten van de proefpersoon dwingend in de richting rechts of links gaan. De plaats van de curve verandert hierdoor. De curve gaat inderdaad naar rechts of links, een bewijs voor het bestaan van gedachtekracht. Ook dit speelt bij statistiek een rol. Niemand kan objectief de proeven begeleiden.

Betekent dit dat we de grote hoeveelheid artikelen, die met percentages binnen de statistieken werken, niet meer moeten geloven? Binnen de complementaire geneeskunde is er nauwelijks sprake van bijwerkingen. Dus als we hier op de artikelen vertrouwen, lopen we weinig risico als iets niet zou werken, maar geloof in het onderzoek is wel belangrijk. In de reguliere geneeskunde blijft het verstandig om eerst naar de symptoombestrijdende aanpak te grijpen. In een acute fase zou iets kunnen ontaarden*. Bij chronische klachten is een energetische aanpak de beste keus om het risico van hinderlijke of zelfs ernstige bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen.
Daarnaast is er een betrouwbaar middel om vast te stellen of medicamenten werken. Dat vraagt dan om een energetische weg en die kunnen we vinden binnen de electro-acupunctuur of kinesiologie. Bij de patiënt zelf wordt hierbij gemeten of een middel werkt of niet.
Dan is de cirkel vaak rond.

Fred Neelissen, bio-energetisch tandarts

www. secondopiniontandarts.org

* Noot redactie: Bijvoorbeeld bij ernstige ziekten is het soms gewenst om, onder tijdsdruk, eerst acuut de symptomen aan te pakken om daarna de oorzaak te behandelen.

Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 40e jaargang 2015, nr. 239, pagina 22