De biologische en integrale tandheelkunde, deel 2

Uit: Nr. 266, mrt/apr 2020

De link tussen chronische ontstekingen in het lichaam en in de mond

Het vorige artikel betrof de definitie en de oorsprong van de integrale tandheelkunde. In dit tweede artikel wordt nader ingezoomd op de zogeheten ‘fatty degenerative osteolysis of jawbone’ (FDOJ).

Zo’n FDOJ is een chronische kaak­­ontsteking die het gevolg is van een ontsteking die het lichaam niet goed kan opruimen. Hierdoor ontstaat een holte (‘cavitatie’) met dood bot en bacteriën die giftige afvalproducten produceren; zie afbeeldingen hieronder.

Gezond bot versus ‘dood’ bot. © Prof. Bouquot, J Oral Pathol Med 1999; 28:423
Ontstaan FDOJ’s

Een FDOJ kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een infectie van de tand of kies. Bij kiespijn is er sprake van een geïnfecteerde kies en dan moet de vaak pijnlijke, ontstoken of dode zenuw eruit gehaald worden. Als de zenuw is weggehaald, tijdens een zogeheten wortelkanaalbehandeling, voelt men vaak geen pijn meer en kan er onopgemerkt een restontsteking in en rondom die kies blijven zitten. De meeste wortelkanaalbehandelingen slagen erin om het overgrote deel van de bacteriehaard te elimineren, maar in een aantal gevallen is de wortelkanaalbehandeling onvoldoende omdat de bacteriën in de kleine ruimtes van de tand of kies kunnen blijven leven. Het lichaam slaagt er niet in om de ontsteking op te ruimen, omdat de macrofagen en andere lichaamsverdedigers te groot zijn voor die ruimtes in de tand of kies. Er is rondom de tand of kies geen bloedvoorziening meer aanwezig en dus is er geen verdediging door het immuunsysteem en herstel van bot en weefsels mogelijk. Soms is zo’n ontsteking in het kaakbot voelbaar, maar in sommige gevallen ook niet. Om die reden worden FDOJ’s ook wel stille ontstekingen (‘silent inflammations’) genoemd.

FDOJ’s kunnen ook ontstaan na het trekken van tanden of kiezen. Er is dan een leegte in het kaakbot die vervolgens opgevuld moet worden met nieuw bot. Het opbouwen van nieuw bot is een complex proces van opeenvolgende biochemische reacties die optimale omstandigheden nodig hebben. Voor dit proces moeten voldoende nutriënten en vitaminen in het lichaam aanwezig zijn. Tegenwoordig zijn er echter te veel stressfactoren en te weinig nutriënten en vitaminen om het kaakbot volledig te laten herstellen. Doordat meerdere reacties uitblijven, wordt het hele herstelproces geremd en blijft het gebied een beschadigd oorlogsveld. Er vindt te weinig toevoer van voedingsstoffen en ontwikkeling van nieuwe bloedvaten plaats, de groei van het kaakbot wordt afgeremd en in plaats van stevig doorbloed bot ontstaat er een FDOJ-holte.

Onzichtbaar probleem

FDOJ’s zijn een onbekend fenomeen in de reguliere tandheelkunde. Dit komt voornamelijk doordat ze lastig te diagnosticeren zijn. In de geneeskunde en dus ook in de tandheelkunde moeten we een patiënt zo min mogelijk belasten met straling volgens het ALARA principe (‘As Low As Reasonably Achievable’). Om deze reden gebruiken we de minst belastende vorm van röntgen. Helaas zijn FDOJ’s op zulke foto’s vrijwel onzichtbaar. Pas als je contrastvloeistof toevoegt wordt een FDOJ op de röntgenfoto duidelijk zichtbaar (zie afbeelding). FDOJ’s zijn beter te diagnosticeren op een 3-dimensionale röntgenscan, maar zulke scans geven meer straling af en zijn bovendien kostbaarder.

De 2-dimensionale röntgenfoto, orthopantomogram, met een FDOJ ter plekke van de getrokken verstandskies. Boven ziet men geen duidelijke aanwijzing voor een FDOJ op de röntgenfoto; onder ziet men met contrastmiddel dat het hele gebied een FDOJ-holte is. © Dr. Lechner

 

 

 

Link met chronische ziekten

De Duitse integrale tandarts dr. Lechner is momenteel dé onderzoeker op het gebied van FDOJ’s en heeft vele publicaties op zijn naam staan. Hij heeft wetenschappelijk bewijs geleverd dat deze chronische kaakbotontstekingen een nauwe relatie hebben met systemische, chronische, niet-overdraagbare ziekten, zoals hartaandoeningen, beroertes, kanker, astma en diabetes. Als de relatie tussen de chronische kaakbotontstekingen en chronische ziektes beter wordt begrepen en de samenwerking tussen artsen en tandartsen wordt verbeterd, kunnen we deze ziekten systemisch aanpakken… beter voorkomen dan genezen.

Helaas is er een grote kloof tussen de tandartsen en de geneeskundigen. Hierdoor worden de resultaten van onderzoeken over FDOJ’s niet breed geaccepteerd door reguliere artsen en tandartsen. Deze omstandigheden kunnen echter worden veranderd door een beter begrip van de nauwe relatie tussen de mondholte en de rest van het lichaam. Dit kan vervolgens een significante invloed hebben op het beleid omtrent de behandeling van chronische ziekten wereldwijd.

Ook zien we dat het huidige aantal biologische tandartsen die kennis hebben van de FDOJ’s drastisch afneemt. De meeste biologische tandartsen gaan nu met pensioen, terwijl er zeer weinig jonge biologische tandartsen beginnen met het beoefenen van deze discipline. De biologische tandheelkunde wordt helaas te veel geassocieerd met geitenwollen sokken, een negatief beeld over vage begrippen zoals energetisch en energetische apparaten. Om te voorkomen dat het integrale gedachtegoed binnen de tandheelkunde verdwijnt, is het van belang dit gedachtegoed verder te verspreiden onder tandartsen en geneeskundigen. Hierbij zou het goed zijn om het begrip biologische tandheelkunde officieel om te dopen naar ‘integrale tandheelkunde’, dat beter kan worden geaccepteerd. Met integrale tandheelkunde maak je duidelijk dat je de reguliere geneeskundige kennis, de nieuwste technieken van de huidige medische wetenschap en van de complementaire geneeskunde integreert.

Toekomstvisie: samenwerking

Bij de ‘Nederlandse Vereniging van Bio-energetische Tandheelkunde’ zijn we ook in gesprek om de naam te veranderen naar ‘Nederlandse Vereniging voor Integrale Tandheelkunde’. Op deze manier kan de integrale tandheelkunde samengevoegd worden met de huidige nieuwe populaire stroming van de integrale geneeskunde die complementaire en reguliere geneeskunde integreert. Zo kan een sterkere en synergetische samenwerking worden opgebouwd tussen de integrale geneeskunde en tandheelkunde, wat verder zorgt voor eenheid ‘Oneness’ in de medische wetenschappen. Zodoende praten we weer één gemeenschappelijke taal met de reguliere tandartsen en kunnen we systemische ziekten daadwerkelijk systemisch en gezamenlijk aanpakken.

Ky-Lie Tan

www.kyzenoneness.com/nl/home2

info@kyzenoneness.com

Ky-Lie Tan is een integrale tandarts en een integrale onderzoeker naar sociale, politieke en culturele gezondheidsvraagstukken, werkzaam in verschillende praktijken en onderzoeks­instituten. ‘Kyzen’ betekent in het Japans ‘altijd in verbetering’ en staat voor haar werkvisie als tandarts en onderzoeker. ‘Oneness’ staat voor de eenheidsfilosofie en de samenwerking die nodig is om eenheid in de zorg te bereiken.

Noot: Artikelen zijn geschreven met dank aan dr. Lechner, die zijn onderzoek beschikbaar heeft gesteld.