Falend kinkhoestvaccin

Uit: Nr. 268, jul/aug 2020

Een falend kinkhoestvaccin (DKT) aanbieden tijdens de zwangerschap maakt het vaccin niet veiliger en beter werkzaam. Vanaf 16 december 2019 krijgen vrouwen tijdens de zwangerschap in de 22e week een kinkhoestvaccinatie (DKT) aangeboden, meldt het RIVM. Bij elke volgende zwangerschap wordt het vaccin opnieuw aangeboden.

Er is geen sprake van bewijs, wel van aannames. Voor de belangrijkste reden voor invoering van deze prenatale of maternale vaccinatie – het verminderen van complicaties en sterfgevallen onder zuigelingen jonger dan 2 maanden – ontbreekt echter het bewijs van effectiviteit, zo klinkt het ook uit reguliere hoek. Ook huisarts Hans van der Linde zei eind 2018: ‘Kinkhoestprik zwangere bedreigt rijksvaccinatieprogramma. De overheid volgt het advies van de Gezondheidsraad om zwangeren met ingang van 2019 te gaan inenten tegen kinkhoest. Dit advies is echter gebaseerd op speculaties, onvoldoende tot afwezig bewijs en de aanname dat een negatief neveneffect wel zal meevallen.’

Natuurlijke bescherming

Na ziekte is de natuurlijke bescherming 30 jaar, na vaccinatie 3 jaar. Vóórdat er begonnen werd met vaccineren tegen kinkhoest in Nederland in 1954 was de ziekte al bijna niet meer dodelijk, dankzij betere hygiëne, goede huisvesting en schoon drinkwater. Men ging er in het begin van uit, zonder dat hiervoor enig bewijs was, dat een vaccinatie hetzelfde of zelfs betere bescherming bood dan het doormaken van de ziekte. Nu stapelen de bewijzen zich op voor het tegendeel. Een studie uit 2010 stelt dat de natuurlijke immuniteit tegen kinkhoest na het doormaken van de ziekte tenminste 30 jaar voortduurt, terwijl de immuniteit na vaccinatie ten hoogste 3 jaar duurt.

Na ziekte is de natuurlijke bescherming 30 jaar, na vaccinatie 3 jaar.

Vaccineren

Vaccineren beperkt de bescherming en maakt de zuigelingen extra kwetsbaar. Voordat met vaccineren werd begonnen, kwam kinkhoest vooral voor op de leeftijd tussen 2 tot 10 jaar, waarop kinkhoest goed doorgemaakt kan worden. Het doormaken van kinkhoest in de eerste levensmaanden kan heftig zijn, omdat de longen nog klein zijn en het slijm moeilijk kan worden opgehoest. Vanaf 4 tot 6 maanden lukt dit al beter. Het probleem van kinkhoest bij zeer jonge zuigelingen is juist door vaccinaties veroorzaakt. In het prevaccinatietijdperk waren zuigelingen beschermd door groepsbescherming, dus in de meest kwetsbare fase.

De nu gekozen oplossing van maternaal vaccineren met de huidige acellulaire vaccins, bedoeld om de allerjongsten te be-schermen, gaat ten koste van de duur en de voldoende mate van bescherming voor de rest van hun leven. Het gevolg dat kinderen levenslang vatbaarder zullen zijn voor kinkhoest is precies tegengesteld aan waar kudde-immuniteit voor staat.

Levenslange vatbaarheid

Het kinkhoestvaccin valt onder de noemer ‘falend vaccin’, omdat de eiwitten van de huidige bacterie zijn veranderd.

Een nieuw kinkhoestvaccin is daarom nodig, zoals door het RIVM al in de jaren 90 is erkend met de uitspraak dat het vaccin vernieuwd zou moeten worden.

In een al wat ouder maar nog steeds relevant proefschrift van de Universiteit was de volgende informatie opgenomen:

Plaatje Falend KinkhoestvaccinEr zijn een aantal oorzaken, waardoor de incidentie van kinkhoest zou kunnen toenemen, zoals veranderingen in de surveillance en diagnostiek, veranderingen in de vaccinproductie en een verlaging van de vaccinatiegraad. Deze kunnen echter de toename in incidentie in Nederland niet verklaren. Een van de factoren die verder van belang is, is het feit dat de bacterie zich aangepast kan hebben aan het vaccin. Om dit te kunnen onderzoeken hebben wij bacteriestammen bestudeerd, die bij patiënten zijn geïsoleerd in de periode 1949-2000, en deze vergeleken met de stammen die voor het vaccin gebruikt worden. In dit proefschrift wordt aangetoond dat er grote veranderingen in de bacteriepopulatie van Bordetella pertussis zijn ontstaan na de introductie van vaccinatie. Opmerkelijke verschillen werden gevonden in 2 perioden: de jaren 60, tien jaar na de introductie van vaccinatie, en de jaren 90, de periode waar-in de kinkhoestincidentie in Nederland weer is toegenomen…’

Sinds 1996 is er een stijging van het aantal kinkhoestgevallen, ondanks de toen hoge vaccinatiegraad in Nederland (93,1%).

Kinkhoest komt dan ook elk jaar nog volop voor, zowel bij gevaccineerden als bij niet-gevaccineerden, ondanks jarenlange vaccinatie en diverse maatregelen, zoals eerder gaan vaccineren en vaker herhalen.

Sinds de vervanging in 2005 van het hele cel-kinkhoestvaccin naar het veiligere maar minder effectieve acellulaire kinkhoestvaccin is er nog een probleem bijgekomen. Na primaire (dat wil zeggen, voor wie dit het eerst-ontvangen kinkhoestvaccin is) vaccinatie met het acellulaire vaccin blijft er een levenslange vatbaarheid voor kinkhoest be-staan. Een onderzoek van september 2019 in Journal of the Pediatric Infectious Diseases Society besluit de samenvatting met deze woorden: ‘Als gevolg van epitoop-onderdrukking*, zullen alle kinderen, gevaccineerd met DTaP-vaccins, hun hele leven vatbaarder zijn voor kinkhoest en er is geen eenvoudige manier om deze verhoogde levenslange gevoeligheid te verminderen.’

* Epitoop: Een klein, toegankelijk deel van een macromolecuul dat herkend kan worden door antilichamen, B-cellen en T-cellen van het immuunsysteem (Bron: Wikipedia)

Vitamines

Ons advies luidt: houd hoestende mensen weg bij baby’s! Tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding is een voldoende hoge status van vitamine C en D van belang. Vitamine D3-suppletie kan bijdragen tot het voorkomen of milder doormaken van luchtweginfecties in het algemeen, bewijst een studie uit 2017.

Proefkonijnen

Het kinkhoestvaccin zit in een cocktail, zwangere vrouwen krijgen dus geen monovaccin, zoals wel wordt gesuggereerd, maar zullen de DKT of DKTP aangeboden krijgen. Ook al zijn een paar vaccins goedgekeurd voor zwangeren, een feit blijft dat de veiligheid van het vaccin nooit bij zwangeren is getest, d.w.z. de zwangere en het ongeboren kind zijn ‘proefkonijnen’. Bijwerkingen laten zich pas zien na de vaccinatie en komen bij beide vaccins in hoge mate voor, ook al worden deze steevast ontkend. Raadpleeg hiervoor ook het NVKP-kinkhoestdossier.

‘Blunting’ -effect

Een ander onderzoek van juli 2019 meldt dat er aanwijzingen zijn, dat DKTP-vaccinatie van de moeder een negatief effect heeft op de hoeveelheid antilichamen tegen kinkhoest bij zuigelingen na de gebruikelijke primaire vaccinatie en revaccinatie (zgn. blunting-effect) Hoe groot dit (dempende) bluntingeffect is, zal op termijn moeten blijken uit epidemiologisch onderzoek bij oudere kinderen.

Geen surveillance

Het ontbreken van een bewijs van veiligheid en effectiviteit van het maternale ‘kinkhoest’-vaccin zou bij elke zwangere vrouw de alarmbellen moeten doen rinkelen! Kort gezegd komt het erop neer dat deugdelijk bewijs voor de effectiviteit nog steeds ontbreekt! Maar kosten noch moeite zijn gespaard om een fantastische campagne op te zetten om dit maternale vaccin in de markt te zetten. Aandacht voor actieve surveillance ontbreekt echter. Artsen, verloskundigen en CB-artsen (voor kind en gezin; red.) zouden hierin moeten worden opgeleid.

Anne-Marie van Raaij-Schouten

Voorz. Ned. Vereniging Kritische Prikken