Luisteren… het stille goud

Uit: Nr. 255, mei/jun 2018

Op een dag niet lang geleden maakte ik deel uit van de G1000 in Rotterdam, 1000 burgers die door onze burgervader gevraagd waren mee te denken over het welzijn van de stad. Deze burgemeester heeft zo zijn eigen werkwijze: hij gaat eens per twee weken de wijk in om verhalen, ideeën en frustraties te verzamelen. En na wikken en wegen van alle mogelijkheden benut hij het in besluitvormingen van gemeentelijke aard.

Iedere G1000-deelnemer mocht van tevoren melden welk thema haar/hem het meest aansprak. Als wijkzuster werd dat voor mij als vanzelf ‘Onderwijs & Opvoeding’. In mijn idee is onze gezondheid en gevoel van welzijn het beste als we optimaal onszelf kunnen zijn. Zou je ‘optimaal’ kunnen omschrijven als: je beste kwaliteiten en mogelijkheden kunnen gebruiken? Daarom was het mijn queeste te pleiten voor ‘herbezieling in de mens’, en in dit geval: docenten en onderwijzers. Hoe opmerkelijk was het dat hoe langer de dag duurde en hoe diverser de thema’s die naar voren gebracht werden, ‘bezieling’ overal wel een voorzichtige tot zeer dikke vinger in de pap leek te hebben…

Als hulpverlener heb je je cliënt / patiënt net zo goed onder je vleugels als een docent of onderwijzer zijn leerlingen. Ik vraag mij af in hoeverre herbezieling een belangrijk thema is binnen de zorg. Menigeen zal dit als een inferieur, secundair of zelfs verwaarloosbaar aspect binnen de zorg zien. Persoonlijk denk ik dat het de basis is van hoge kwaliteit van zorg en onontbeerlijk om tot een goede behandeling of verzorging te komen. Naast pragmatische diagnostische methoden is het gesprek op menige wijze meester in de behandeling. Informatie is nuttig, dat geeft een beeld van de klachten. Maar hoor je het onuitgesprokene? De stilte in iemands boodschap. De aarzeling in spreken. De blik naar en van jou af? De beweging die het verhaal ondersteunt, of juist niet. Hoor je de informatie die niet verteld wordt? En schat je die informatie naar volle waarde als schatten van informatie die broodnodig zijn om tot een goed inzicht te komen, qua diagnose, qua zorg, qua indicatiebehoeften, qua werkelijk lijden en primaire behoeften?

En hoe reageer je op een cliënt die weinig of niets vertelt? Misschien wel veel zegt, maar niets echt vertelt waardoor je concrete vat op de setting krijgt. Durf je dan te wachten tot de woorden wel komen? Of nog ’n stap verder: kunnen we woordeloos zijn en er alleen maar zijn in onze beschikbaarheid? Samen ‘er zijn’, als therapeut en cliënt, als therapeut en patiënt. En bovendien: kunnen we in ons hoofd woordeloos zijn als er verteld wordt? Kunnen we absorberen wat de cliënt of patiënt beweegt en met welke primaire noden zij bij ons komen? Een scherpe lezer realiseert zich dat dit het tegenovergestelde is van vage filosofie; dit is zeer concreet. Deze houding biedt het vertrouwen te zullen groeien. Laat je patiënt / cliënt tot de essentie komen. Voor een aantal lezers zal dit praktijk van alle dag zijn.

Door de jaren heen hebben mij veel cliënten en patiënten bedroefd verteld hoe: … mijn hulpverlener (weer) niet luisterde…; hij/zij hoorde me gewoon niet!; hij deed net of ik niets gezegd had en kwam er nooit meer op terug.; ik voelde me in m’n hemd gezet.; ik stelde een vraag en het werd gewoon van de tafel geveegd met een nietszeggend antwoord.; als er niet geluisterd wordt, hoe kan de diagnose dan kloppen?; ik voel mij niet gehoord, ik ga er niet meer naar toe.

En ik ben het met hen eens; dit kan en moet beter, willen we gezondheid en welzijn serieus nemen. Goede zorg geven is volgens mij teamwerk. En daarbij is de zorgvrager de koploper. Hij/zij loopt tenslotte al het langst met de klacht rond, en kan je er alles over vertellen.

Werkelijk luisteren naar een ander lukt alleen als je werkelijk luistert naar jezelf. Als je je eigen bezieling serieus neemt: je waarden, je diepe en verrassende behoeften, je primaire noden, je streven en je popelende verlangens. Neem je daar actief je tijd voor ondanks een volle agenda? ‘Geen tijd’ is geen excuus. Naar jezelf luisteren is een absolute must als je werk hebt, waarbij goed luisteren een allereerste vereiste is om effectief en efficiënt aan zorgverlening te kunnen doen. Stilte en tijd om te luisteren naar jezelf wordt door steeds meer mensen ontdekt als middel om wérkelijk tot jezelf te komen. Als je niet begrijpt wat ik bedoel en meent dat dit een esoterische opmerking is, probeer het dan een keer en kom tot de ontdekking dat stilte zeer praktisch werkt voor onmiddellijke verbetering van je welzijn en functioneren in je werk. Je wordt je volledig bewust van zowel je gedachten als de wat minder vooraanstaande gevoelens. Stilte maakt alles wat binnenin je speelt kraakhelder. En deze helderheid geeft je een onmetelijk groter begrip van je luistervermogen en inzicht in ingewikkelde gedachtegangen en gevoelens van anderen.

Zonder zelf de ervaring van (ernstige) ziekte of lijden te hebben gehad, kun je je afvragen: Heb ik weet van de vele gevoelens en concrete gevolgen die ziek-zijn met zich meebrengen? Of denk ik bij ziekte alleen in diagnose en therapie? Als wij tegenover onze patiënt / cliënt zitten met de alwetende blik van ‘ik begrijp het helemaal, het komt goed’, kan dit zowel een onbeschrijflijk gevoel van veiligheid bieden, als overweldigend en bedreigend overkomen. De patiënt kan zelfs denken: de hulpverlener is zo zeker van zijn zaak; als de behandeling niet aanslaat, dan doe ik iets fout. De eigen ervaring met ziekte en dit in gedachten houden als een cliënt maar blíjft terugkomen met dezelfde klacht ondanks ruime inzet van therapie; of klacht 1 is weg en klacht 2 komt, en na klacht 2 klacht 3, etc… Luisteren we dan wel goed? Durven we dan naast onze gedegen kennis vanuit de bezieling als hulpverlener en als mens aanwezig te zijn? Nogmaals: met het doel tot de best mogelijke zorg te komen!

We leven in een tijd dat de zorgverzekeraars menen dat ‘goede zorg’ bestaat uit het effectief uitvoeren van geïndiceerde taken die per taak betaald en per minuut bepaald worden. Er is geen enkele ruimte voor ongeïndiceerde, dus ‘overbodige’ taken. De vraag is natuurlijk: wie bepaalt wat ‘goede zorg’ is? Iemand achter een bureau zal denken in farmaceutische / verpleegtechnische / verzorgende handelingen. Als iemand ooit zelf patiënt is geweest, weet zij/hij uit eigen (pijnlijke) ervaring dat een goede hulpverlener niet zozeer diegene is die vlotjes even de medische handelingen doet. Het is de zachte maar gedecideerde hand die ingrijpt waar nodig, en die je veilig door deze periode van ziekte of onwel zijn heen helpt. Die vraagt wat je nodig hebt. En niet geeft wat je niet nodig hebt. Dat vraagt inzicht in de specifieke situatie, en aangezien veel mensen niet snel het achterste van hun tong zullen laten zien zonder expliciete aanmoediging, vereist het een goed spreker of nog betere luisteraar om te horen wat iemand echt nodig heeft. Als we willen weten of onze behandeling effect heeft of gaat hebben, is het noodzakelijk het effect van de voorgeschreven medicatie te kennen. Niet alleen de werking en het werkzame gebied, maar zeker ook de bijwerkingen en iatrogene klachten (= door medische handelingen veroorzaakt; red.): wat doet het met iemand als je dit middel gebruikt? Dat gaat verder dan een bijsluiter lezen of je vakkennis over het kruid / middel te weten. Een half woord over vage klachten is dan al genoeg om te begrijpen waar hem de kneep zit. Dat luisteren vraagt tijd, en het vermogen ware wetenschap te bedrijven: mogelijkheden zien waar het pad nog niet platgetreden is.

Zoals een patiënt me laatst zei: ‘Als iemand voor mijn stoma komt, en mijn gezicht vertoont pijn, denken ze meestal direct dat het door mijn stoma komt. Maar ik heb nog vier andere ernstige klachten, waaronder de kwetsbare operatiewond met een drain door een darmbreuk, chronische hartklachten, en stress om de medische situatie van mijn partner. En dat ik bekaf ben, omdat ik door lekkage bij de drain de halve nacht op ben geweest en er acuut pijn ontstaat door hardhandig werken van de hulpverlener, wordt eenvoudig over het hoofd gezien.’ Ook al behandelen we een beperkt werkgebied binnen iemands palet aan klachten, we kunnen nooit een beperkt oog hebben voor de mens die tegenover ons zit of ligt. Kortetermijnverlies (aan tijd) werkt altijd langetermijnswinst (op alle gebieden) in de hand.

Zelf merk ik in mijn werk als wijkzuster dat ik steeds minder woorden gebruik. En hoe stilte een pil is die op vele vlakken kalmte kan brengen. Durf jij het aan om te luisteren, stil te zijn, het niet gelijk te hoeven weten vanuit het idee dat kennis macht is, zodat de patiënt jou kan zeggen wat er nodig is en wat niet goed gaat? Wedden dat je op vaak onverwachte en snelle wijze aanzienlijk beter zicht krijgt op klacht en therapie? En je daardoor meer tijd krijgt in je agenda voor de dingen die voor jouzelf belangrijk zijn? Zodat je vanuit deze opwaartse spiraal van toenemende bezieling en inzichten nog betere hulpverlening biedt? Bovenal telt een cliënt die zich gehoord voelt voor twee, en de positieve bejegening hierdoor zal je goed doen. Daardoor neemt de werkbelasting enorm af, evenals de kans op een burn-out. Wat is er beter voor je draagkracht en voldoening dan constant hulpvragers de hand te schudden die je bedanken voor het feit dat je hen volkomen serieus neemt en je beste kennis en kunde met hen deelt?

Elisabeth Versluis

Wijkzuster, herborist

Schrijfster van ‘Je hebt de K van…, een meedenkboek tijdens en na reguliere kankertherapie’; in 2 edities: voor jou als vrouw, en voor jou als man

info@loyaltoyou.nl

www.loyaltoyou.nl