Op weg naar innerlijk evenwicht

De Lüscher-kleurentest

Uit: Nr. 227, september/oktober 2013

De Zwitserse professor Max Lüscher werd wereldwijd vermaard door zijn kleurentest die gebaseerd is op zijn theorie over de 4-kleurenmens.

Lüscher neemt de 4 kleuren rood, blauw, groen en geel als uitgangspunt voor zijn theorie en test. Van deze vier kleuren kan een complete, harmonisch verlopende kleurencirkel worden gevormd, die de ideale 4-kleurenmens symboliseert. De cirkel als vorm is het symbool voor heelheid en harmonie. De vier kleuren worden in telkens vier tinten in de kleurentest gebruikt.
De test geeft een beeld van de persoonlijkheid van de mens en mogelijk dreigende of bestaande conflicten. Omgekeerd kan het testresultaat op eenvoudige wijze helpen bij het inzicht in de eigen persoonlijkheid en bij het vinden van innerlijk evenwicht.

De kleurentest

Vijf jaar onderzoek waren nodig om te komen tot de juiste kleuren. Uiteindelijk werd een keuze gemaakt uit 4565 kleuren die werden getoetst. Om tot een juist resultaat te komen moet men de gekozen kleuren gebruiken en de testpersoon mag zich daar ook geen andere, bijvoorbeeld mooiere voorstelling van maken. Het afnemen van de test gebeurt bij daglicht, eventueel bij daglichtlampen. Bij de keuze van de kleuren moet men uitgaan van het gevoel, en niet rationeel, zoals bij de keuze voor kleding, stoffering, enzovoort.

Op een witte ondergrond worden de vier rode kaartjes naast elkaar neergelegd. De kleur die men het mooiste vindt, wordt als eerste gelegd en ernaast in aflopende volgorde de kleuren die men minder waardeert. Hetzelfde gebeurt met de kleur blauw zodanig dat deze kaartjes precies onder de rode komen te liggen. Daarna volgen op dezelfde wijze de kleuren groen en geel. De kaartjes die aan de achterzijde zijn genummerd van 1 tot en met 4, worden nu omgedraaid zodat de kleuren onder liggen en de cijfers boven. Als alle kaartjes liggen, kan de analyse beginnen.
Begonnen wordt om horizontaal de vier afzonderlijke kleuren te beoordelen. De volgorde van de getallenreeksen zijn bepalend voor de conclusies. De conclusies zijn door professor Lüscher vastgelegd en op schrift gesteld.
Na de horizontale beoordeling volgt de afzonderlijke analyse van de eerste en laatste verticale reeks kleuren. Conclusies kunnen worden getrokken wanneer in de eerste en/of laatste, vierde verticale, reeks drie of vier maal hetzelfde getal voorkomt. Gaat dit voor de beide verticale reeksen op, dan leidt een combinatie van die getallen links en rechts opnieuw tot conclusies.

De analyse globaal

De Lüscher-kleurentest is een methode om vrij exact de innerlijke gemoedstoestand van mensen te onderzoeken en te beschrijven.
De gekozen volgorde van de telkens vier specifieke tinten rood, blauw, groen en geel leidt tot een uitvoerige en precieze analyse van de persoonlijkheid.

Bepaalde aspecten van de analyse die wijzen op toegenomen psychische stress worden aangegeven met één, twee of drie sterretjes.
De betekenis is als volgt:
* conflict tendens,
** actueel conflictgevaar,
*** sterk belastende conflictsituatie.
De analyse kan als uitgangspunt dienen voor gesprekken tussen cliënt / patiënt en de begeleider / therapeut. De op schrift gestelde analyse kan bij herhaling door de betrokkene worden gelezen. De informatie uit de analyse zal dan geleidelijk innerlijk postvatten en een gewenste wijziging van de persoonlijkheid zal volgen. Het verdient de voorkeur om kort voor het slapen gaan, de tekst door te lezen zodat de informatie (ook) in de nacht kan worden verwerkt.
Het valt af te raden om de uitslag te laten becommentariëren of te bespreken met een niet-deskundige. Het risico bestaat dan dat een niet passende interpretatie wordt gegeven waarmee men niets kan en die een verkeerde kant op kan sturen. Vooroordelen kunnen tot een verkeerd beeld aanleiding geven.

De betekenis van de kleuren

Om de betekenis van kleuren te begrijpen dient duidelijk te zijn dat in de hersenen een schakelpunt verantwoordelijk is voor de communicatie tussen de buitenwereld en wat zich in lichaam en psyche afspeelt, en omgekeerd. Dit schakelcentrum is de hypothalamus. Kleuren werken, onafhankelijk van het bewustzijn, rechtstreeks op het vegetatieve zenuwstelsel, ook wel ten onrechte het onwillekeurige zenuwstelsel genoemd. Veel rood bijvoorbeeld in de directe omgeving stimuleert, maakt actief, maar maakt ook snel moe. In diezelfde omgeving zien we de bloeddruk omhoog gaan; er wordt meer adrenaline aangemaakt, enzovoort. De kleur blauw heeft een tegengestelde uitwerking. Omgekeerd is iemands gesteldheid bepalend voor de keuzes die men maakt met betrekking tot kleuren. Iemand die druk is of opgewonden zal niet zo snel voor rood kiezen, maar juist voor blauw. Daartegenover zal iemand die een stimulans kan gebruiken, bijvoorbeeld wegens vermoeidheid, een voorkeur hebben voor rood. Deze voorbeelden schilderen de actuele toestand van een vaak tijdelijke situatie. De mens kent ook een min of meer duurzaam reactiepatroon dat zich in een voorkeur of afkeer van kleuren laat uitdrukken. Op dit feit en op basis van verder wetenschappelijk onderzoek is de Lüscherkleurentest gebaseerd.
Zoals eerder gezegd, werkt Lüscher met vier kleuren in telkens vier tinten. Misschien lijkt dit niet zoveel, maar de diverse mogelijke combinaties geven een kleurrijk beeld, niet alleen van de uitgelegde kleurkaarten maar in het bijzonder van de persoon die de kleuren kiest. De kleurcombinaties namelijk, worden in teksten vertaald.

De kleur rood: Liefde en woede schijnen onverenigbare tegenstellingen. Eén punt hebben ze echter gemeen: beide zijn gevoelens van hevige opwinding. Ook worden beide emotionele toestanden vaak gekoppeld aan de kleur rood: rode rozen, rood van woede, als een rode lap op een stier, enzovoort. Liefde nu is een sympathieke emotie en woede een onsympathieke. Elk gevoel kan twee ‘gezichten’ hebben. Enerzijds aantrekkelijkheid, lust, zin en sympathie en anderzijds dat van onlust, tegenzin en antipathie. Tussen de beide uitersten ligt een rijk geschakeerd veld van mogelijkheden waarbinnen elk mens, afhankelijk van de kleurkeuze, individueel kan worden getypeerd.
Rood als lust(gevoel) is liefde, erotiek, zin, trek, kracht, enzovoort. Rood als onlust is woede, afkeer walging, hevige irritatie, enzovoort.

De kleur blauw: Blauw als lust(gevoel) is rust, tevredenheid, bevrediging, harmonie, enzovoort. Blauw als onlust is een onverdraaglijke (chronische) vermoeidheid, onrust, agitatie, dodelijke verveling, ontevredenheid, onvrede, verlammend nietsdoen, enzovoort. Individueel kunnen ook hier weer tal van nuanceverschillen zijn, mede afhankelijk van de andere kleuren en niet alleen van de tinten blauw.

De kleur groen: Bedoeld wordt dennengroen, dat naar het donkere zweemt en met een blauwachtige ondertoon. De naar voren tredende prikkelsterke beweging van de kleur geel en de kalmerende, terugtredende beweging van blauw zijn in het groen opgenomen en ook geconserveerd. Dat maakt groen statisch. Groen bezit geen naar buiten toe gerichte energie, maar geaccumuleerde potentiële energie. Deze opgeslagen energie is niet in de eigenlijke betekenis van het woord in rust, maar juist een inwendig systeem van spanningen dat zich naar buiten toe statisch gedraagt. Statisch mag hier niet worden verward met passief.
Hoe donkerder het blauw dat met groen wordt gemengd, hoe vaster, ‘koeler’, harder, stijver, gespannener en bestendiger de psychologische invloed van de diverse tinten groen wordt.
Groen laat zien hoe de mens zichzelf ziet. Met andere woorden hoe deze haar/zijn eigen ‘IK’ ervaart. Groen staat voor autonomie, het zelf kunnen beslissen en beschikken. Anders gezegd: het is het gevoel van
eigenwaarde. Als men dat zelf juist inschat, dan voelt dat goed en is er sprake van een lustgevoel. Een minderwaardigheidsgevoel daarentegen leidt tot een gevoel van onlust. Tussen deze twee uitersten liggen uiteraard
ook weer diverse mogelijke gradaties.

De kleur geel: De kleur geel maakt eenzelfde indruk als de zon: licht, helder, glanzend, stralend, opwekkend en verwarmend. Geel is over grenzen gaan, het uitstrooien van krachten in de omgeving die doelloos naar alle kanten stromen. Groen bleek geaccumuleerde, statische potentiële energie; geel daarentegen is dynamische, naar buiten gerichte energie.
Geel is een basiskleur. Het komt overeen met de fundamentele behoefte om zich vrij te kunnen ontplooien. Voorkeur voor geel bestaat bij mensen die zoeken naar meer bevrijdende omstandigheden. Mensen die weemoedig verlangen naar wijde verten en die verre reizen willen ondernemen. Ook mensen die graag vliegen, die van de werkelijkheid los willen komen, hebben heel vaak een voorkeur voor geel. Geel als behoefte aan verandering, bevrijding, ruimte en weidsheid staat tegenover groen met de kenmerken innerlijke spanning, volharding, vasthouden.
Een lustgevoel van geel is het gevoel van vrij te zijn om te doen en laten wat men wil. Het onlustgevoel kan ‘losbandigheid’ zijn.

Bert Kloosterman, natuurgeneeskundige
www.gezondbeterworden.nl
info@gezondbeterworden.nl
0543 565253

 

Literatuur
• De 4-kleurenmens, Lüscher; uitgever Tirion Baarn. ISBN 9051211759
• Innerlijke harmonie, Prof. Dr. Max Lüscher; uitgever Elmar b.v. Rijswijk. ISBN 9061205468
• Das Harmoniegesetz in uns, Max Lüscher; uitgever Econ & List Verlagsgesellschaft. ISBN 3612260901
• Signalen van de persoonlijkheid, Max Lüscher; uitgever H. Meulenhoff Baarn. ISBN 9022401545
• Aber ich muß nicht…, Max Lüscher; uitgever Wilhelm Heyne Verlag München. ISBN 3453050754