Prenatale programmering

Uit: Nr. 229, januari/februari 2014

Verblijf in baarmoeder mede bepalend voor het verdere leven

Onderzoek naar en discussie over welke eigenschappen vooral genetisch bepaald zijn en welke door invloeden uit de omgeving ontstaan, is nog steeds volop gaande.

Van meer recente datum is het gegeven, dat interacties – wisselwerkingen tussen de genen en de omgeving – al voor de geboorte op het embryo respectievelijk de foetus invloed hebben en vervolgens op het leven na de geboorte. Omgevingsfactoren in de baarmoeder zoals voeding, stress, roken, alcohol, enzovoort veroorzaken een in principe voorspelbare reactie op de te verwachten toekomstige omgeving. De foetus bereidt zich voor op het leven op grond van berichten welke zij/hij via de moeder ontvangt. Er wordt wel gesproken over foetale programmering (Leo van der Zijde; zie bronnen).

Programmering

Programmering is een min of meer blijvende verandering van structuur of functie van het organisme door een prikkel, of ook beschadiging, in de kritische periode van het jonge leven. Kritisch omdat de ongeborene nog niet echt communiceert met de wereld om haar/hem heen. Er is veeleer sprake van het consumeren van wat zich in die situatie aandient. De programmering begint al direct bij de conceptie. Alles wat in de negen maanden van de zwangerschap gebeurt, heeft een heel belangrijke invloed op de fysieke en psychische gezondheid van de mens van het begin tot en met het verouderingsproces. Het aantal eitjes bij de vrouw staat vast, maar wat daarvan wordt is van meerdere factoren afhankelijk.

Er is een duidelijke relatie tussen de foetale ervaring tijdens de zwangerschap en het groeipatroon van het kind na de zwangerschap

Negatieve programmering

Factoren die kunnen bijdragen tot een negatieve programmering zijn, behalve de hiervoor al bedoelde:

  • een slechte voedingstoestand van de moeder vóór de zwangerschap;
  • een slecht voedingspatroon van de moeder; te veel, te weinig, verkeerd eten;
  • een verkeerd leefpatroon; te weinig rust en slaap bijvoorbeeld;
  • infecties en ontstekingen en andere ziekten van de moeder;
  • vaccinaties, inclusief ‘griepprik’;
  • medicamenten;
  • zwangerschapsvergiftiging;
  • zwangerschapsdiabetes.

De onderzoekers Cluckman en Hanson noemen de foetale programmering: Voorspelbare Adaptieve Respons (VAR). Door aanpassingen in de beginperiode kan de foetus later, na de geboorte, overleven. Het voorspelbare antwoord op latere situaties en gebeurtenissen in de toekomst moet normaal gesproken een overlevingsvoordeel bieden. Is dat het geval, dan gaat dat gepaard met een grotere vitaliteit. Komen programmering en de latere realiteit niet overeen, dan kan dat in het ergste geval leiden tot ziekte. Bijvoorbeeld: wanneer de moeder om wat voor reden weinig eet, wordt de foetus geprogrammeerd op armoede. Na de geboorte kan er echter juist sprake zijn van overvloed. Gevolgen van deze mismatch kunnen, vroeger of later, haast niet uitblijven. Door de aanpassingsrespons tijdens de zwangerschap kunnen fysiologische en biochemische factoren worden beïnvloed. Te denken valt aan voedselvoorkeur en eetlust, de grootte van bepaalde organen en bloedvaten, de doorbloeding in bepaalde weefsels. Het ziet ernaar uit dat het embryo respectievelijk de foetus in de baarmoeder zichzelf leert hoe haar/zijn leven na de geboorte eruit zal zien. De moeder leert het embryo / de foetus hoe haar wereld is en ook dat dat de wereld wordt van de baby, kleuter, kind, puber, volwassene of oudere. Er is een duidelijke relatie tussen de foetale ervaring tijdens de zwangerschap en het groeipatroon van het kind na de zwangerschap. Als een kind in een veel ‘rijkere’ omgeving terechtkomt dan te verwachten was, kan het tot een ‘inhaalgroei’ komen. Het is dan waarschijnlijk dat het kind in het latere leven met overgewicht te kampen krijgt.

Uit onderzoek is gebleken, dat depressieve vrouwen significant kleinere baby’s ter wereld brachten.

Programmering en gewicht

Baby’s met een ondergewicht (< 3500 gram) of die klein zijn bij de geboorte hoeven niet automatisch met ziekte te maken te krijgen. Het kan er wel toe bijdragen dat ze later een grotere kans hebben op obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten en andere ziekten die plegen voor te komen in een omgeving waarin overdadig veel voedsel is. Dit is in het bijzonder het geval wanneer het kind gedurende de eerste 9 jaar snel in gewicht toeneemt. Wanneer bij de geboorte de placenta meer weegt dan normaal, bestaat de kans op hoge bloeddruk op volwassen leeftijd. Baby’s die een bovennormaal geboortegewicht (> 4200 gram) hebben en in de eerste maanden na de geboorte langzaam groeien hebben eveneens een grotere kans op overgewicht en diabetes. Mensen geboren met een onder- of overgewicht doen er goed aan om een gezonde leefstijl te volgen. De kans op chronische aandoeningen is dan namelijk groter. Uit onderzoek is gebleken, dat depressieve vrouwen significant kleinere baby’s ter wereld brachten. Verder komen spontane vroeggeboorten twee maal zo vaak voor bij depressieve vrouwen in vergelijking met niet depressieve vrouwen.

De verloren tweelinghelft

Empirisch onderzoek heeft aangetoond dat, wanneer een vrouw in verwachting is, er vaak meerdere eitjes tot ontwikkeling komen en er dus aanvankelijk sprake is van een meerling. Komt een van de vruchten al vroeg in de baarmoeder te overlijden en wordt het vervolgens verloren, dan kan het andere kind in de baarmoeder daaronder lijden. Er is als het ware sprake van rouw. Dit kan in het latere leven nog problemen opleveren. Het is dan uiteraard bijzonder moeilijk de werkelijke oorzaak vast te stellen. Lukt dat wel door bijvoorbeeld bioresonantie, met touch-for-health, biotensor en dergelijke, dan wordt behandeling mogelijk met een reeks van een gepotentieerde vitamine B12. Is de verloren tweelinghelft een meisje dan geeft men als regel methylcobalamine en is het een jongen dan komt hydroxocobalamine in aanmerking. Belangrijk kenmerk van deze beide, van vitamine B12 afgeleide, homeopathische middelen houdt verband met hoe men in het leven staat. Bijvoorbeeld kan het zijn dat men het liefste zou stoppen met dit leven, niet te verwarren met pathologische suïcide of met andere woorden dwang tot zelfmoord.

Gevoelsmatige belevingen zijn de meest indringende.

Gezinsproblemen

Echtelijke ruzies en echtscheiding, maar ook andere gezinsproblemen, kunnen het ongeboren kind enorm belasten. Heel vaak wordt beweerd dat een jong kind nog niet veel meekrijgt van gezinsproblemen en er wordt dan ook geen rekening mee gehouden dat het daar later last van zou kunnen krijgen. Als deze invloed al bij jonge kinderen niet wordt onderkend, valt te begrijpen dat daar bij het ongeboren kind helemaal niet aan wordt gedacht. Het kind, geboren of ongeboren, kan de toestand niet bewust verstandelijk oppakken en verklaren, maar het ervaart deze wel gevoelsmatig. Gevoelsmatige belevingen zijn de meest indringende. Deze kunnen later in het leven voor problemen zorgen die niet meer gemakkelijk te herkennen en op te lossen zijn. De jeugd zou beter moeten worden opgeleid voor het leven en met name voor wat betreft de mogelijke consequenties van eigen doen en laten en de verantwoordelijkheid voor zichzelf en anderen. Vaak wordt gedrag van de ouders, positief of negatief, voortgezet. Niet alleen gedrag dat min of meer wordt geïmiteerd, maar waarvoor de basis al is gelegd in de moederschoot door prenatale programmering.

Vindt uiteindelijk geen abortus plaats, dan kan dat gevoelsmatig voor het ongeboren kind al wel min of meer een feit zijn.

Ongewenst kind

In het bijzonder wanneer de existentie, het bestaan, van het ongeboren kind in het geding is, moet dit wel een buitengewone indruk achterlaten. Wanneer het kind echt van harte gewenst is, biedt dat een gezonde, stabiele basis voor het bestaan op latere leeftijd. De geringste twijfel over het gewenst zijn zal eveneens zijn sporen nalaten. Het nog niet gewenst zijn en zeker het ongewenst zijn, om wat voor reden dan ook, kan een traumatische ervaring betekenen voor het ongeboren kind. Een trauma dat ontegenzeggelijk moet leiden tot een levensinstelling die bepaald geen gezonde basis vormt voor later. De impact is afhankelijk van de intensiteit van de ervaring en de weerbaarheid van de betreffende mens.

Abortus

Het gevoel van het ongewenst zijn bereikt een toppunt wanneer er wordt gedacht aan of gesproken over abortus. Vindt uiteindelijk geen abortus plaats, dan kan dat gevoelsmatig voor het ongeboren kind al wel min of meer een feit zijn. Dan lijkt het een illusie te denken dat het geen uitwerking zou hebben op het latere leven. Bij de voorlichting zouden deze aspecten veel meer aandacht moeten krijgen. Voor zowel ouders als ongeboren kinderen worden psychisch ingrijpende beslissingen en ingrepen steeds verder op de achtergrond geplaatst en de meer ‘technische’ en bijkomstige zaken spelen vrijwel altijd de hoofdrol.


Bert Kloosterman, natuurgeneeskundige

www.gezondbeterworden.nl
Mail: info@gezondbeterworden.nl
Tel: 0543 565253

 

Bronnen:

  • The fetal matrix; P. Gluckman & M. Hanson.
  • Vitamine B12-tekort, oorzaak van vele chronische klachten; Hans Reijnen.
  • Het drama in de moederschoot, de verloren tweelinghelft; Alfred R. Austermann en Bettina Austerman.

 

 

Reader Interactions