Tuinkruiden

Uit: Nr. 250, jul/aug 2017

Het gebruik van tuinkruiden is erg belangrijk omdat zij rijke bronnen van antioxidanten zijn en bovendien veel mineralen en belangrijke hoeveelheden vitamines bevatten.

Tuinkruiden verbeteren de vertering van het voedsel en geven smaak aan het eten, wat op zich al genoeg reden is om ze waar mogelijk toe te passen. In dit artikel wordt nader ingegaan op de verschillende voordelen van het gebruik van tuinkruiden bij de voedselbereiding.

Vitamines en mineralen

Een kopje peterselie bevat (volgens de Sunday Telegraph) meer betacaroteen dan een grote wortel, bijna twee keer zoveel vitamine C als een sinaasappel en meer calcium dan een kopje melk.

Het ijzergehalte in mg per 100 gram is voor:

  • peterselie (gedroogd) 97,9
  • komijnzaad 66,4
  • kervel (gedroogd) 32,0
  • rozemarijn (gedroogd) 29,2
  • bieslook (vers) 13,0
  • basilicum (gedroogd) 4,2

Ter vergelijking: spinazie 3,4 mg, reformappelstroop 24 mg per 100 gram.

Peterselie is overigens ook een krachtig urine-afdrijvend middel. Het kan helpen bij bepaalde klachten van de lever, milt, maag, nieren en urinewegen. Vers is peterselie een van de beste ademverfrissers… en beslist de goedkoopste.

Vertering

Erwten en bonen bevatten enzymremmers waardoor ze moeilijker verteerbaar zijn. Bonenkruid bevordert de vertering van erwten en bonen. Bonenkruid wordt helaas veel te weinig gebruikt. Dit kruid moet men niet meekoken maar over de gekookte erwten en bonen strooien. Het wordt ook gebruikt bij spruiten, komkommer en tomaten.

Smaak geven

Verse bieslook, daslook of kraailook op Hüttenkäse (cottage cheese), geitensmeerkaas, omelet, e.d. geeft een heerlijke smaak.

Sterke geneeskracht

Dat onze keukenkruiden een sterke geneeskracht bezitten, heb ik gezien bij mijn kat, die twee gezwellen bij haar staart had. Ze verdwenen in enkele weken door de gezwellen twee maal daags met saliesap (de moedertinctuur van salie) te deppen.

Dr. A. Valstar schrijft in zijn boek ‘Voedingsinterventie bij kanker’: Vooral knoflook, kurkuma en rozemarijn hebben zowel kankerpreventieve effecten alsook – althans onder dierexperimentele condities – in meer of mindere mate een remmend effect op diverse reeds manifeste kankersoorten. Van vele andere kruiden zijn er bewijzen dan wel zeer sterke aanwijzingen dat ze kans op kanker verlagen. Hiertoe behoren karwijzaad, saffraan en gember. Verder zijn aan te bevelen: oregano, komijn, lavas, tijm, koriander, sereh, peterselie, kruidnagel en bonenkruid.

Volgens de NTTT-arts B. Hornstra heeft marjolein, ofwel oregano, de sterkste anti-oxidatieve werking. Dit kruid had een drie tot twintig maal hogere capaciteit dan de andere tuinkruiden. Oregano wordt gebruikt bij aubergines, champignons, courgettes, sla, tomaten, uien, omelet en pasta’s. Dille (Anethum graveolens), wilde tijm (Thymus serpyllum), rozemarijn (Rosmarinus officinalis) en munt zijn ook rijk aan antioxidanten.

Dr. Hornstra wijst erop dat de verse kruiden gezonder zijn en een grotere anti-oxidatieve kracht hebben dan bewerkte kruiden, bijvoorbeeld als poeder.

Specerijen

Specerijen die men met mate dient te gebruiken, zijn nootmuskaat, paprikapoeder en peper. Kerrie vormt hierop een uitzondering omdat de kurkuma (geelwortel) in de kerrie gunstig werkt tegen dikkedarmkanker en ze de werking van de lever verbetert. Ik adviseer wel de kerrie in de natuurvoedingswinkel / reformzaak te kopen om een goede kwaliteit te krijgen.

Een studie naar de geneeskrachtige werking van tuinkruiden laat zien dat rozemarijn, salie en tijm, in hoeveelheden die worden gebruikt bij het koken, een significante ontstekingsremmende activiteit bezitten die kan worden toegeschreven aan de polyfenolen.

Tot slot een tip: Zet van de voornaamste tuinkruiden een pol bij de keukendeur. Dan pakt u sneller een takje van een bepaald kruid. Men kan de polletjes ook in een bloembak zetten. Als men geen tuin heeft, zet de bak op of hang hem aan het balkon. Gebruik in het voorjaar, ’s zomers en in het najaar verse en ’s winters gedroogde tuinkruiden.

L.P. Huijsen, Ouddorp

arts voor natuurgeneeskunde en niet-toxische tumor therapie, niet-praktiserend