Zelfhelend vermogen dieren

Homeopathie voor dieren

Uit: Nr. 272, mrt / apr. 2021

Wanneer ik mij voorstel als homeopaat voor dieren, krijg ik niet zelden de opmerking ‘voor dieren; ik wist niet dat dat ook kon’.

De meeste mensen zijn wel min of meer bekend met homeopathie. Ze hebben ervan gehoord, hebben voor zichzelf wel eens een homeopathisch zelfhulpmiddel gebruikt of zijn soms zelfs bij een homeopaat in behandeling. Maar zelfs mensen die voor zichzelf regelmatig homeopathie gebruiken, realiseren zich heel vaak niet dat het ook voor hun huisdier ingezet kan worden en zijn vaak verrast over het idee dat dat ook een optie is. Maar toch is het zo; homeopathie is ‘universeel’ en kan toe­gepast worden op elke diersoort en ja… zelfs op planten.

Hoewel homeopathie als behandelwijze ‘universeel’ is, is het behandelen van dieren toch echt een vak apart ten opzichte van humane homeopathie. Het is een vak dat je in mijn ogen niet zonder een gedegen opleiding en veel bijscholing kunt doen, ook al ben je al geschoold als homeopaat.

Intake

Als homeopaat neem je alles wat je weet van je patiënt mee bij het bepalen van je behandelstrategie en middelen. Van erfelijkheid tot levensloop, van karakter tot eigenaardigheden. Ik wil écht álles weten. Om die informatie te krijgen is het eerste consult lang. Ik waarschuw nieuwe klanten altijd dat ik wel zeg dat het standaard ongeveer 1,5 uur duurt, maar dat het in de praktijk ook gerust langer kan worden. Een consult van ruim 3 uur is geen zeldzaamheid; soms valt er gewoon veel te vertellen. Een humaan homeopaat zal daarbij ook vragen naar ‘gewaarwordingen’. Dus hoe ervaar je als patiënt bepaalde dingen. Als ik als voorbeeld ‘hoofdpijn’ neem, zit dat dan achter je ogen, in je achterhoofd of is het een ‘band’ om je hoofd? Is het een
stekende pijn of meer bonzend? Dat soort vragen kun je bij een humaan homeopaat verwachten. Ook gevoelens zijn bespreekbaar; je kunt als mens vaak prima uitleggen wat je voelt, wat je emoties ergens bij zijn en hoe je iets beleefd hebt.

Diagnose

homeopathie dierenAls ik bij een paard kom, mag ik al blij zijn als ik zie dat hij ergens pijn heeft en als ik dan ook nog weet te vinden waar die pijn dan ongeveer zit, ben ik helemaal goed bezig. Niet voor niets kan een kreupelheidsonderzoek bij een paard door de dierenarts soms uit meerdere afspraken en onderzoeken bestaan om uit te vissen waar een kreupelheid vandaan komt. Het zit lang niet altijd waar je het denkt te zien en het paard kan het je niet vertellen of aanwijzen. Dieren zijn daarbij ook nog eens meesters in het verbergen van pijn of ander leed. In de natuur betekent het laten zien van klachten namelijk bijna zeker je dood.

Ook emotionele klachten zijn bij dieren goed te behandelen, maar als homeopaat moet ik wel aan kunnen voelen of bepaald gedrag bijvoorbeeld voortkomt uit onzekerheid of juist uit frustratie. Het gedrag kan er hetzelfde uitzien, dus ik zal ook een bepaalde mate van intuïtie moeten hebben om aan te voelen welke emotie er speelt.

Daarnaast wéten we gewoon lang niet altijd alles van dieren. We kopen een paard en zijn inmiddels de zoveelste eigenaar of we halen een hond of kat uit het asiel of een zwerfhond uit het buitenland. Geen idee wat het dier allemaal heeft meegemaakt, laat staan dat we iets weten over erfelijke achtergrond. Ik heb in veel gevallen geen informatie over de ouders, grootouders of broertjes/zusjes van een dier.

Gelukkig hoeft dat geen belemmering te zijn voor de behandeling. Je kunt namelijk altijd een behandeling starten op basis van wat je wél weet. Gaandeweg komen dan vaak andere factoren die je nog niet wist aan het licht.

Specialisatie

Dat betekent wel dat je heel veel kennis moet hebben van verschillende diersoorten, van anatomie, ziekteleer maar ook van gedrag. Als ik niet weet wat normaal natuurlijk gedrag is voor een diersoort weet ik ook niet wat afwijkend gedrag is en wat dat afwijkende gedrag kan betekenen.

Maar zelfs als homeopaat voor dieren zul je niet alles van elke diersoort afweten. Dat is de reden dat ik me volledig toegelegd heb op paarden. Ik behandel nog wel andere dieren, zeker honden doe ik ook nog regelmatig, maar katten en kleine knaagdieren stuur ik bij wat ingewikkelder problemen door naar een collega die daar veel meer in thuis is dan ik.

Ook rassenkennis kan bij het behandelen van dieren van cruciaal belang zijn. Je kunt als homeopaat voor dieren misschien wel algemene kennis van een diersoort hebben, maar bij huisdieren hebben we ook nog te maken met verschillende rassen en het ene ras kan echt een totaal ander type dier zijn dan het andere ras. Ook al weet ik van de voorouders van een dier niets, door mijn rassenkennis weet ik welke klachten en ziektes vaker voorkomen binnen een bepaald ras en daar kan ik rekening mee houden bij mijn behandeling. Ik weet welk karakter bij een ras hoort, omdat ik weet voor welk doel het dier oorspronkelijk gefokt is en daardoor weet ik ook wanneer gedrag afwijkend is. Wat afwijkend gedrag voor het ene ras is, kan voor een ander ras normaal rastypisch gedrag zijn.

Als je die verschillen niet weet, kan het oplossen van een casus heel lastig worden.

Zeker bij honden en paarden die voor heel specifieke gebruiksdoelen gefokt worden, komt dit regelmatig voor en kan dat soort informatie doorslaggevend zijn bij het oplossen van een probleem.

Voorbeeld

Een mooi voorbeeld van een specifiek gebruiksdoel is een Quarterhorse, waar ik een paar jaar terug bij gevraagd werd wegens gedragsproblemen. Het paard bleek extreem gefrustreerd doordat de eigenaren onvoldoende rekening hielden met het fokdoel van hun paard. Zij wisten niet dat hun paard voor een heel specifiek doel gefokt is en daardoor ook een specifieke benadering nodig heeft.

Quarterhorses zijn de ‘cowboypaarden’ die vroeger op de ranch allerlei soorten werk deden. Tegenwoordig worden die taken vooral als wedstrijdsport bedreven en worden paarden steeds specifieker voor een bepaald wedstrijdonderdeel gefokt. Binnen één ras kun je zo totaal verschillende types paarden hebben, met hun eigen specialisatie. Een van die specialisaties is het werken met koeien; die paarden worden heel sterk gefokt en geselecteerd op hun ‘cowsense’. Dit is een zelfde soort drive en focus als een bordercollie op schapen kan hebben. Deze paarden zien en horen niets meer zodra ze dit werk mogen doen en doen dit werk ook zelfstandig, zonder inmenging van hun ruiter. Dit soort dieren is hoogst intelligent en zal zich snel vervelen. Zij vragen daarom een specifieke aanpak en training.

Als je dit niet weet, kun je maanden of langer behandelen, zonder resultaat te boeken. Je kunt de de symptomen van klacht wel behandelen, maar als de om-standigheden die de klacht veroorzaakt hebben hetzelfde blijven, kun je het
probleem niet oplossen.

Didactisch model

Als uitleg gebruik ik vaak het voorbeeld van ‘het pannetje’*. Als je een pannetje op het vuur hebt dat tot de rand toe vol zit, zal dat op een gegeven moment een stoomwolk veroorzaken. Het pannetje is de patiënt; die stoomwolk is de klacht. De blokjes hout op het vuur zijn leefomstandigheden, incidenten, alles wat je meemaakt, je voeding, de medicatie die je gebruikt, en zelfs tijd is een blokje op het vuur. Nu kun je die klacht (de stoomwolk) weg nemen door te behandelen, maar als je niets aan dat overvolle pannetje doet, niets aan dat vuur onder het pannetje… dan heb je in no time een nieuwe stoomwolk.

Wil je iets duurzaam wegnemen, dan zul je dus niet alleen de wolk moeten wegnemen, maar ook het vuur veel lager moeten krijgen (omdat tijd een blokje op het vuur is, zal er altijd wat smeulen). Wil je dat klachten weg blijven en dat er ook niet zomaar andere klachten terugkomen, dan moet je ook zorgen dat dat pannetje leger wordt. Want bij een tot de rand gevuld pannetje zal een nieuw blokje op het vuur direct een nieuwe stoomwolk veroorzaken. In het leven gebeurt het nu eenmaal zo. Je kunt niet altijd voorkomen dat er een blokje op het vuur valt. Dan kun je beter zorgen dat je pannetje zo leeg mogelijk is, zodat je niet bij elk klein dingetje een nieuwe klacht krijgt.

De gedragsklachten van het paard in het voorbeeld kwamen voort uit een manier van omgang en trainen die niet bij het paard pasten.

Dit zorgde dus voor een flink blok hout op het vuur.

Door de eigenaar uit te leggen wat dit paard nodig had en wat trainingsadviezen te geven (ik kom zelf uit de westernsport; dus ik weet dat), haalden we dit behoorlijk grote blok van het vuur. Het probleem was binnen een maand opgelost, met slechts minimale homeopathische behandeling om het nog aanwezige wolkje weg te nemen.

Nu zal die specifieke kennis bij het ene probleem een belangrijkere factor zijn dan bij het andere. Bij heel fysieke, pathologische klachten, zoals ontstekingen e.d., gaat de behandeling sowieso eerst vooral over het acute deel van die klacht, het wegnemen van de ontsteking. Pas daarna gaan we kijken naar het pannetje… wat zit daar nog meer in dat we weg kunnen nemen?

Maar ook bij relatief ‘standaard’ fysieke klachten (bijv. artrose) zal ik nog steeds de kennis moeten hebben om pijnklachten bij het dier te herkennen of iets te weten over het bewegingsapparaat van het betreffende dier.

Het gaat ook niet alleen over homeopathie. Ook huisvesting, voeding, sociale interactie en training zijn bij de gezondheid van dieren belangrijke factoren. Het zijn de blokken op het vuur. Die neem ik mee in mijn behandeling en dus ook in mijn bijscholing. Ik volg cursussen in voedingsleer, leer continu bij over nieuwe inzichten met betrekking tot natuurlijk gedrag en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van paardvriendelijk trainen. Uiteraard verwijs ik waar nodig door naar een dierenarts of andere behandelaar.

Zo behandel ik dus niet door alleen middelen te verstrekken, maar geef ik een totaal­advies om gezondheid en welzijn van de paarden in alle opzichten te vergroten.

* Het pannetje is een didactisch model,
ontwikkeld door H. Dijkgraaf van de VHCN, het opleidingsinstituut waar ik mijn opleiding gevolgd heb.

Francis Dalebout

mail@francisdierenhomeopathie.nl