Salutogenese

Uit: Nr.275, sep/okt 2021

Veel bewegen, goede voeding

Nadat ik in de vorige editie van DNUA besproken heb hoe ons immuunsysteem in elkaar zit, hoe het werkt en wat het doet, kijk ik nu naar de invloed van ons dagelijks handelen op dit immuunsysteem.

Ook dit artikel is weer geïnspireerd op het seminar van de arts Birgit Spoorenberg en haar benadering van gezondheid op basis van salutogenese. Bij die benadering ligt de nadruk niet zozeer op het behandelen van ziekten, maar op het behoud en de bevordering van gezondheid.

Beweging

 

Als het om het behoud en de bevordering van onze gezondheid gaat, is beweging essentieel. Beweging maakt ons afweer­systeem actief.

Hoewel, ook het gebrek aan beweging draagt daar aan bij. Want als we langer dan een half uur stil zitten begint ons afweersysteem al actief te worden, waardoor er ontstekingsstoffen vrijkomen. In het uiterste geval is er een relatie met depressies, hart- en vaatziekten en kanker.

Door beweging bevinden we ons voort­durend in wisselende posities t.o.v. de zwaartekracht. Als gevolg daarvan gaan er voortdurend seintjes naar ons afweer­systeem: ‘ons lichaam functioneert nog goed, het werkt nog, niets aan de hand’.

Daarnaast worden door beweging anti-inflammatoire stoffen aangemaakt. Deze zijn nodig om de suikerhuishouding in balans te houden.

Beweging is verder ook nodig om ons lichaam te stimuleren nieuwe cellen aan te maken. Met andere woorden, onvoldoende beweging versterkt veroudering. We zien stijfheid toenemen en dat veroorzaakt dan weer meer laaggradige ontstekingen, die uiteindelijk leiden tot chronische ziekten.

Als je goed naar je lichaam luistert, weet je wanneer je wilt bewegen. Indien je voldoende energie hebt, gaat dat vanzelf. En andersom, door te bewegen krijgen we ook meer energie.

Roofdieren

Beweging levert kracht en conditie. Als brandstof – in rust of bij een korte krachtsinspanning – wordt vooral vet gebruikt, bij beweging vooral suikers. We zien dat in de dierenwereld ook terug. Roofdieren eten dierlijk voedsel, dat veel vetten bevat; grazers eten vooral koolhydraten, dus suikers. Roofdieren hebben een korte felle krachtsinspanning en rusten daarna langere tijd om de moeizaam te verteren dierlijke eiwitten om te zetten. Grazers daarentegen zijn een groot deel van de dag in beweging en halen hun energie uit planten.

Teveel mensen eten echter als roofdieren, zoals grote porties vlees eventueel aangevuld met snacks. Echter, de felle explosie van kracht en snelheid blijft achterwege, gevolg: obesitas.

Voeding

Ons lichaam is van oudsher ingesteld op schaarste. Dat betekent dat het zuinig met voedingsstoffen omgaat. Alleen die schaarste kennen we hier niet meer, we beschikken in de meeste gevallen immers over voldoende geld om meer dan genoeg te kunnen kopen. Voeg daarbij de beroerde kwaliteit van veel kant-en-klaar producten of snacks, en we hebben een prima basis voor de toename van chronische ziekten.

Gezonde voeding voor de mens zou moeten lijken op wat de oermens al at. Er was nog geen levensmiddelenindustrie en nog geen supermarkt, dus het was jagen en verzamelen en later kwam daar de landbouw bij.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond de levensmiddelenindustrie en vanaf dat moment begint het langzamerhand fout te gaan. Want ons DNA is sinds de oertijd tijd maar weinig veranderd en heeft zich eigenlijk nog niet aangepast aan de snelle voedingsontwikkelingen in de laatste 150 jaar. De natuur zelf, die heeft er veel meer tijd voor nodig!

De oermens at vooral veel plantaardig voedsel zoals blad en stengels, wortels, vruchten, zaden en noten. Ook waterplanten, denk bijvoorbeeld aan waterkers en de wortels van de lisdodde. Verder wat dierlijk voedsel, vooral in de herfst en winter. In het voorjaar at men juist weinig vlees omdat men wilde dat de dieren zich konden voortplanten. Zo werd veilig gesteld dat er de komende jaren ook nog voldoende vlees was.

De combinatie vet en suiker doet ons onderbewuste teruggaan naar moedermelk. Het vette van deze volle melk, in combinatie met melksuikers, vinden we qua smaak terug in vele snacks. Fabrikanten weten dit en zorgen voor veel variatie op dit thema. Van deze combinatie eten we al gauw teveel, ook al omdat ons lichaam een vertraagd signaal geeft dat we verzadigd zijn. In de oertijd functioneel, omdat je niet wist of je morgen wel voldoende te eten kon krijgen, maar tegenwoordig werkt dit juist obesitas in de hand. In de oertijd at de mens de volgende dagen weer vruchten, blad en knollen en zo kreeg men voldoende vezels binnen, zo’n 30- 40 gram per dag. Tegenwoordig halen veel mensen de helft nog niet, waardoor de spijsvertering minder goed werkt, er meer laaggradige ontstekingen ontstaan en vervolgens ook weer chronische ziekten.

Zorg dat je bij elke maaltijd eiwitten en vetten binnen krijgt. Vet dus voor de energie, maar ook bijvoorbeeld voor het celm­embraam en de hersenen. Maar let er dan wel op dat je genoeg omega-3 vetzuren binnenkrijgt, juist die werken ontstekingsremmend. Eiwitten zijn nodig voor onze spieren; omgezet in aminozuren en enzymen zijn ze nuttig voor ongelooflijk veel verschillende lichaamsfuncties.

Zorg dat je elke maaltijd volwaardige voeding tot je neemt die verzadigt en langzaam verteert. Dat betekent niet dat je veel moet eten, maar wel dat je een volwaardige maaltijd tot je neemt waarin alle nood­zakelijke stoffen aanwezig zijn.

Beperk het aantal maaltijden tot drie per dag en neem tussendoortjes alleen in bijzondere situaties. Een appel of een handje noten kun je eventueel een keer als extraatje nemen.

Bij dit alles gaan we uit van biologische voeding. Dit bevat meer micronutriënten. De macronutriënten krijgen we meer dan voldoende binnen, van de micronutriënten juist te weinig. Vooral tekorten aan met name zink, selenium, cobalt, jodium komen opvallend vaak voor (*). Daarnaast is er nog de groep secundaire inhoudsstoffen, ook wel bioactieve stoffen genoemd, zoals de anti-oxidanten, de ontstekingsremmende stoffen en de antimicrobiële stoffen. Die laatste groep remt of stopt de ontwikkeling van bacteriën, virussen en schimmels.

Een groot onderzoek van de Universiteit van Newcastle (2014) heeft aangetoond dat er in biologische voeding 26-65% meer secundaire inhoudsstoffen zitten, dan in regulier geteelde voeding. Ook een 20 jaar durend onderzoek onder leiding van prof. dr. Lorain Cordain m.b.t. de inhoudsstoffen van vlees, laat een dramatische uitkomst zien voor niet-biologisch vlees.

In dit verband vergelijk ik graag voeding van reguliere herkomst met een goedkope doe-het-zelf kast, waarbij we een overschot aan planken en deuren hebben maar een tekort aan schroefjes en beugeltjes. We krijgen het wel in elkaar, maar erg stevig is het niet en door het gebruik valt de kast uiteindelijk vanzelf uit elkaar.

(*) Zie o.a. www.darmgezondheid.nl/nieuws-biologische-voeding/

John Koezen

https://cursussalutogenese.nl/over-mij/

www.mensennatuur.net