Mitochondriële geneeskunde Meer aandacht waard!

Uit: Nr. 244, jul/aug 2016

Het valt niet te ontkennen, dat de geneeskunde in het recente verleden enorme sprongen vooruit heeft gemaakt. Dit geldt voor de reguliere maar ook voor de alternatieve / complementaire richtingen (hierna alleen complementair te noemen) binnen het veld van de geneeskunde. Niettegenstaande deze vooruitgang liggen er ook nog terreinen braak die geen of niet voldoende aandacht krijgen. Als gevolg daarvan vindt er op die gebieden onvoldoende onderzoek plaats en daardoor valt vooruitgang nauwelijks te verwachten.

Eén van die gebieden is de mitochondriële geneeskunde, terwijl deze voor de toekomst veelbelovend is; dit met het oog op ‘nieuwe’ en steeds vaker voorkomende aandoeningen, waarvoor momenteel geen goede verklaring is en in de regel geen oplossing. Dit is bedoeld in algemene zin en staat los van de toegenomen specialistische kennis en de groter geworden belangstelling voor biofysica, bij weliswaar selecte groepen van relatief beperkte omvang. Beide zijn echter nog marginaal van aard. De reguliere geneeskunde richt zich in de regel vooral op het behandelen van symptomen. Complementaire interventies zouden veel vaker passend kunnen zijn wanneer ze met kennis van zaken en gericht zouden worden toegepast bij patiënten met de hier bedoelde aandoeningen.

Geringe interesse

De geringe belangstelling voor onderwerpen als de mitochondriële geneeskunde is vooral te wijten aan het feit dat studenten in de regel weinig op hebben met vakken als natuurkunde, chemie en de toepassing ervan binnen de geneeskunde, te weten respectievelijk biofysica en biochemie. Ze worden gedoceerd en ook geleerd, maar als theorie, en formules los van ziektebeelden. Zijn de betreffende examens met goed gevolg afgelegd, dan stort men zich op de ‘echte geneeskunde’, de pathologie of ziekteleer, de therapieën, enzovoort. Dat is waar het hen immers om begonnen is!

De ziekteleer deelt de mens op in afzonderlijke organen; het onderwijs bouwt daarop voort. Het gaat om ziekten van de huid, spijsverteringsorganen, hart, nieren, longen, enzovoort. Iedere specialist behandelt een orgaan, vergetend dat de mens een eenheid van orgaansystemen is. Een chronisch ziek orgaan ontwikkelt zich echter slechts in een organisme dat biochemisch ontspoord is. Een hartspecialist zal bij een hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, pijn op de borst, enzovoort onderzoek doen naar een vernauwing van de kransslagaderen. Dat er ook sprake kan zijn van een beklemming van een zenuw in het nekgebied, ligt buiten zijn terrein. Hij zal verder de waarden van kalium en magnesium in het bloed laten onderzoeken. Deze waarden evenwel kunnen hem op het verkeerde been zetten. Namelijk: wat in het bloed wordt gemeten is niet gelijk aan de toestand in de cellen van het betreffende orgaan, en die is in wezen bepalend voor de diagnose. Omgekeerd: zijn er afwijkingen in het bloed, dan kan men er wél van uitgaan dat deze ook terug te vinden zullen zijn in de cellen, doordat de ziekte al in een voortgeschreden stadium verkeert.

Nog minder kennis bestaat er over de mitochondriële functiestoornissen als oorzaak voor tal van chronische ziekten. Men heeft het gewoonweg niet geleerd. Dit terwijl de wachtkamers vol zitten met dit soort patiënten. In dit artikel gaat het niet om de bij de geboorte meegekregen aanleg voor mitochondriële aandoeningen, maar om de verworven afwijkingen die in de regel goed te behandelen zijn. De eerste worden als primaire en de tweede als secundaire mitochondriopathieën aangeduid.

Mitochondriën

Mitochondriën zijn uiterst kleine ‘orgaantjes’, organellen genaamd, die zich in vrijwel alle cellen bevinden. Behalve voor de stofwisseling van cellen en organen, zijn ze de leverancier van energie; het zijn energiecentrales. Het aantal mitochondriën per cel verschilt naarmate een orgaan actiever is en behoefte heeft aan energie. Trombocyten, bloedplaatjes, bijvoorbeeld hebben er elk 2 tot 6, maar een zenuwcel ongeveer 10.000, een eicel 2.000 tot meer dan 100.000, terwijl het hart voor 36% van zijn gewicht uit mitochondriën bestaat. Dit geeft aan hoe klein deze uiterst belangrijke organellen zijn. Uiterlijk hebben ze een glad oppervlak en van binnen zijn ze sterk geplooid. De oppervlakte die door de plooien ontstaat biedt maximale mogelijkheden voor de stofwisseling in deze organellen.
De wanden van deze energiecentrales zijn uiterst gevoelig voor onder meer afwas- en andere huishoudelijke reinigingsmiddelen, waarvan alom de resten aanwezig zijn. Beschadigingen en beperking van de functie van de organellen liggen voor de hand. Uit het voorgaande vloeit als vanzelfsprekend voort dat dat de energiehuishouding schaadt. Vermoeidheid zal uiteindelijk het gevolg zijn. Er zijn veel meer schadelijke invloeden te noemen die eenzelfde effect hebben en op den duur kunnen leiden tot aandoeningen als chronische vermoeidheid en dergelijke. Mogelijk ligt daar een verklaring voor het sterk toegenomen aantal mensen met vage klachten en vaak als belangrijkste een ‘onverklaarbare’ vermoeidheid. De hoeveelheid schadelijke stoffen thuis en in het milieu is de laatste tientallen jaren immers aanzienlijk toegenomen. Men accepteert ze als een niet te vermijden feit en men gaat over tot de orde van de dag. Welke gevolgen dit kan hebben, zowel voor het persoonlijk leven als maatschappelijk, zal hopelijk duidelijk worden uit het vervolg van dit artikel. Uiteraard volgen eveneens adviezen om tegen dit afbraakproces in te sturen.

Mitochondriopathie

De symptomatiek (symptomen of verschijnselen) van mitochondriopathieën blijft uiteraard gelijk, of het nu gaat om de reguliere of de complementaire geneeskunde. De kijk erop, de interpretatie ervan en de omgang ermee kunnen verschillen. Voor het benoemen van de verschijnselen is dit niet van belang. Omdat deze aandoeningen alle denkbare verschijnselen kunnen oproepen, is het noodzakelijk zich te beperken tot de meer algemene en ook meest voorkomende.

Een eerste verdenking van een mitochondriopathie volgt uit de familie-anamnese. Er is sprake van een veelheid van orgaanziekten zoals migraine, neurologische, maag-darm-aandoeningen, diabetes mellitus type 2, allergieën, enzovoort. Het verloop van een zwangerschap en een vertraagde ontwikkeling van het kind kunnen er al op wijzen. Al vrij snel verdragen de kinderen geen melk, melkproducten en producten die gluten bevatten. Ze reageren erop met een opgeblazen buik, rommelen in de buik, diarree, buikpijn en kolieken. Aan een mitochondriopathie lijden heel vaak kinderen met ADD of ADHD. Tijdens de schoolperiode staan de kinderen onder druk als gevolg van een dwang te moeten presteren. Veel van hen hebben problemen om met de ogen dicht in een rechte lijn te lopen of om op één been te staan. Klinisch opvallend is de slechte kwaliteit van de slaap. Ze zijn onrustig, zweten, hebben slechte dromen of nachtmerries en ‘s morgens zijn ze niet uitgeslapen. Bij sportieve prestaties vallen een geringere belastbaarheid, onhandigheid en angst op. In de jeugdperiode wordt alcohol slecht verdragen. De jongeren zijn sneller dronken en voelen zich later slecht.
Bij het ouder worden, nemen deze symptomen nog meer toe. Dat geldt ook voor de lichamelijke en psychische prestatiedrang. ‘De accu is leeg en het opladen duurt veel langer.’ De reserves aan energie schieten te kort!

Mitochondriërs eten graag meelproducten zoals pasta’s. Twee uur later meldt zich echter opnieuw een hongergevoel. Dan wordt al gauw gegrepen naar koeken, cola en dergelijke om even later wéér honger te krijgen. Koolhydraten verslechteren de functie van de mitochondriën. Doordat de hersenen ook ‘s nachts veel energie nodig hebben en er dan niet gegeten wordt, ontstaan er slaapstoornissen, hartjagen, zweetaanvallen in het bijzonder aan het bovenlichaam en, in de tweede helft van de nacht, angstdromen, spierkrampen, speekselvloed, enzovoort.
Behalve dat men dan de volgende dag niet uitgeslapen is, heeft men ook geen trek in het ontbijt. Na een kop koffie kan men zich beter voelen, maar anderen zijn na het ontbijt opnieuw hondsmoe en ze zouden nog wel een paar uur kunnen slapen. ‘s Morgens klagen mitochondriërs over rug-, gewrichtsklachten, enzovoort. ‘Alles doet pijn!’. De klachten komen voort uit een onvoldoende, onvolledige stofwisseling in de nachtelijke uren.
De bedoelde klachten kunnen ertoe leiden, dat het dagritme verschuift naar later op de dag. De mitochondriër komt traag op gang.
Het gebrek aan energie in de hersenen blijkt uit een overgevoeligheid voor invloeden die al snel stress veroorzaken. Licht, hoge tonen, muziek, het huilen van kinderen, het rammelen van serviesgoed kunnen de mitochondriër enorm storen. Zelfs gewone gesprekken, telefoontjes en onverwacht bezoek kunnen stressreacties oproepen. Een paar dingen tegelijkertijd doen is niet meer mogelijk. Het lopen wordt onzeker. Een eventueel toenemende vergeetachtigheid baart de mitochondriër zorgen. Gevoelens van doofheid, prikkelen, steken, trekken en branden van de huid, kunnen een beginnende neuropathie aankondigen. Deze klachten van de perifere zenuwen kunnen overigens ook wijzen op een tekort aan vitamine B12.

Diagnostiek

Uit het voorgaande vloeit als vanzelf voort dat de anamnese als eerste en als centraal aandachtspunt dient te komen. De anamnese is het vraaggesprek met de patiënt waarbij de behandelaar, zonder suggestief te zijn, zoveel mogelijk te weten moet zien te komen over de voorgeschiedenis, de ontwikkeling en de huidige status van de klachten. Er wordt systematisch gevraagd naar klachten vanaf geboorte tot de kinderleeftijd, de familie-anamnese en naar het sociale en beroepsverleden en het huidige beroepsleven.
Deze algemene vragen kunnen nader worden gespecificeerd met vragen als: ‘sinds wanneer bestaan de klachten?, hoe zijn ze gelokaliseerd?, hoe intensief zijn ze en wat is de aard?, onder welke omstandigheden treden ze op dan wel verdwijnen ze?, hoe lang houden ze aan?, enzovoort’. Tot de anamnese behoort ook het navragen naar eerdere behandelingen en hoe de resultaten daarvan waren.
Helaas is de anamnese, als diagnostisch hulpmiddel bij uitstek, min of meer op de achtergrond geraakt. Behandelaren hebben niet meer geleerd of hebben afgeleerd om te luisteren, te kijken, te ruiken, te proeven, te observeren en te interpreteren. Steeds meer wordt afgegaan op de resultaten die laboratoria en andere onderzoeken laten zien. De patiënt en de klachten krijgen vaak nauwelijks aandacht. Voor een groot deel richt de aandacht zich op een beeldscherm zoals je patiënten vaak teleurgesteld hoort zeggen. Een gemiste kans die de patiënt mogelijk verder had kunnen helpen.
Spijtig genoeg geldt deze gang van zaken niet alleen voor de reguliere geneeskunde maar ook voor de complementaire, waarbinnen eveneens steeds frequenter gebruik wordt gemaakt van apparaten om tot een diagnose te komen. De aanpak waar complementair zo sterk in was en zichzelf in roemde – in de benadering van en het communiceren met de patiënt – is gedevalueerd. Om daadwerkelijk mensen te kunnen helpen zullen we terug moeten naar ‘de bron’; de apparaten kunnen we meenemen, maar met een meer bescheiden rol.

Naast de anamnese is de tweede pijler van de algemene diagnostiek het lichamelijk onderzoek. Daaronder valt complementair de tong- en ogendiagnose (iriscopie), die nog niet zo heel lang geleden ook in zekere zin door de reguliere artsen werd beheerst. Ze zouden hier een brugfunctie kunnen vervullen.

Ten slotte kunnen, wanneer dat noodzakelijk of zinnig lijkt, onderzoeken van organen worden gedaan en gerichte bloed-, urine-onderzoeken, enzovoort. De anamnese en het lichamelijk onderzoek kunnen wat dat betreft richtinggevend zijn. Door de eerder geconstateerde verscheidenheid van klachten is het in zijn algemeenheid moeilijk op te sommen welke laboratoriumonderzoeken van belang kunnen zijn. Iedere patiënt dient individueel te worden behandeld.

Behandeling

Hét kenmerk van de behandeling van mitochondriopathieën is dat de patiënt alle maatregelen zelf zal moeten realiseren. Er bestaat geen wondermiddel. Er kan individuele ondersteuning worden geboden, die overigens van belang is omdat elke behandeling moet zijn aangepast aan de patiënt in kwestie. Complementaire methoden kunnen hier een voorsprong hebben omdat de betreffende behandelaren de interventies bekend zullen voorkomen. Het ineenvloeien van reguliere en complementaire interventies, in al deze gevallen, zou een beter perspectief bieden voor veel patiënten. De gezondheidszorg zou er bovendien beter en goedkoper van kunnen worden! Alleszins waard om te worden nagestreefd.

De belangrijkste punten van de behandeling zijn:

  • Het veranderen van de voedingsgewoonten, waarbij het achterwege laten van alle suikers en alle koolhydraten, behalve volkorenproducten, groenten en dergelijke de belangrijkste maatregel is.
  • Dagelijkse fysieke beweging. Elke lichamelijke activiteit heeft een gunstige invloed, waarbij de draagkracht, de coördinatie en het evenwicht worden getraind. Indien mogelijk is het dagelijks tenminste een halfuur vlot doorlopen, niet slenteren, aan te bevelen. Tot de grens gaan en niet erover heen.
  • Stress verminderen. Chronische stress is voor mitochondriërs door het tekort aan energiereserves funest. Prikkels door geluiden, licht, snelle en samenvallende gebeurtenissen, spanningen binnen de leefomgeving kunnen de patiënt volledig uit balans halen. Het vermijden en leren omgaan met stress is een vereiste.
  • Voorschrijven van noodzakelijke vitamines, mineralen en andere voedingssupplementen voor de individuele patiënt en die bij het klachtenpatroon passen.

Bert Kloosterman, natuurgeneeskundige

www.gezondbeterworden.nl
bertkloosterman@gezondbeterworden.nl
0543 565253

Oorspronkelijk gepubliceerd in De Natuur Uw Arts, 41e jaargang 2016 nr. 244, pagina 24

Gepubliceerd in: DNUA 244 juli – augustus 2016

Reader Interactions