Wonderen van acute homeopathie

Uit: Nr. 260, maa/apr 2019

Elke keer is het verbazingwekkend wat een effect homeopathische middelen kunnen hebben in acute situaties. Denk daarbij niet alleen aan een verstuiking, een hersenschudding of een vinger tussen de deur, maar ook aan grotere trauma’s, zowel door geweld van buiten als door geweld van binnen. In dit artikel wordt dat met een paar voorbeelden verduidelijkt.

 

De koningin van de traumamiddelen is zonder twijfel Arnica montana of valkruid. In zeer veel situaties is dit middel met goed gevolg inzetbaar. Daarnaast zijn er allerlei andere middelen van belang. Elk middel wordt op eigen indicaties ingezet.

Het gaat echter niet alleen om de lichamelijke gevolgen: ook de psychische gevolgen van bijvoorbeeld een ongeluk kunnen met homeopathische middelen goed behandeld worden. Te denken valt hier in de eerste plaats aan zogeheten ‘schrikmiddelen’ als Aconitum en Opium.

Ongeval

Geregeld komen mensen op consult omdat ze een ongeluk – of iets anders dat veel impact heeft – hebben zien gebeuren of er bij betrokken waren. Erna zijn ze totaal van slag, zonder zelf lichamelijk ernstig gewond te zijn.

Klachten kunnen enorm variëren, maar het komt veel voor dat mensen dan niet meer kunnen ontspannen, schrikachtig en overgevoelig zijn, slecht slapen, trillen en de hele tijd beelden van het ongeluk voor zich zien. Ze zijn dan paniekerig en angstig, onrustig, hebben een bonkend hart en zijn gespannen.

Niet behandeld kan dit leiden tot een posttraumatisch stresssyndroom. De beschreven klachten passen allemaal bij het middel Aconitum. Na de aanslag op de koningin in Apeldoorn een aantal jaren geleden zijn verschillende mensen met dit middel behandeld. Op één na waren ze binnen 24 uur weer in orde, waren ze rustig en sliepen ze weer goed. De enige uitzondering was een patiënt die jaren ervoor een brand had meegemaakt; de herinneringen daaraan kwamen terug en daarvoor moest zij verder behandeld worden.

Later hoorde ik dat sommige mensen die de aanslag hadden gezien na meer dan een jaar nog slecht sliepen en van slag waren. De behandeling die zij gekregen hadden, waren psychologische of psychiatrische begeleiding, praatgroepen, slaappillen en antidepressiva.

Recent werd ik gebeld door de familie van een vrouw die aangereden was, een schedelbasisfractuur had en een gebroken pols. Ze was buiten bewustzijn geweest en kon zich niets van het ongeval te herinneren. Ze was bont en blauw, had overal pijn, had erge hoofdpijn, was erg duizelig, sliep slecht, was overgevoelig voor geluid, sprak moeilijk en haar gehoor en reuk waren sterk verminderd.

Als eerste middel werd door de familie zelf al Arnica 200 ingezet. Ik sprak haar ’s avonds. Ze was onrustig en had de nacht ervoor slecht geslapen. Ze kreeg Aconitum 10M en sliep vanaf dat moment een stuk beter en werd rustiger. In verband met de ernst van de klacht kreeg ze Arnica in een hogere potentie: dagelijks Arnica 10M. Volgens een schema kreeg ze middelen om de genezing zo veel mogelijk te bevorderen en gericht kreeg ze middelen op specifieke indicaties. Omdat ze zo duizelig bleef, kreeg ze Conium 200; vanaf dat moment werd de duizeligheid snel minder en ook de overgevoeligheid voor licht verdween snel. Op de vierde dag ging ze al naar huis.

Omdat ze niets rook, kreeg ze Opium, en langzaam begint er iets van reuk terug te komen. Elke keer dat ze een nieuw middel krijgt, voelt ze zich gesteund. Na een maand valt het op dat ze aan de arm van haar partner goed loopt, maar erg wiebelig is als ze alleen loopt. Bij navraag blijkt ze ook nog erg gevoelig voor geluid, zo sterk dat ze er naar van wordt in haar maag. Daarom krijgt ze het middel Theridion, gemaakt van een kogelspinnetje, dat vaker voor dit soort klachten wordt ingezet. De volgende dag al loopt ze zonder steun rechtdoor! Al met al gaat het herstel ongelooflijk goed en snel. Helaas zijn gehoor en reuk op dit moment nog niet helemaal hersteld.

Indrukwekkend om dit mee te maken als arts!

En het is niet alleen mijn ervaring. Dit delen we met vrijwel al onze beroepsgenoten.

Vroeggeboortes

Op een congres in Sofia afgelopen november werd verslag gedaan van een pilotstudy bij zeer vroeg geboren kinderen in een kinderafdeling van een ziekenhuis in München.

Het is bekend dat kinderen die veel te vroeg geboren worden meer kans lopen op het krijgen van een hersenbloeding rond de geboorte. Deze aandoening wordt ingedeeld in drie klassen, waarbij 1 een lichte bloeding is en 3 een zeer ernstige. Uit een evaluatie van de gevolgen van dergelijke bloedingen bij een optimale reguliere behandeling bleek dat, als een kindje een bloeding klasse 3 heeft, dit zeer ernstige restverschijnselen tot gevolg heeft; het kind blijft er levenslang (behoorlijke) last van houden.

Er zijn vervolgens in de loop van de tijd 18 kindjes met een bloeding klasse 3 niet alleen regulier behandeld maar daarnaast ook homeopathisch, waarbij het eerste homeopathische middel dat ingezet werd het oude, vertrouwde Arnica montana was. Daarnaast werden nog twee andere middelen gegeven.

Bij evaluatie bleek dat 6 kinderen ernstige restverschijnselen hadden, 6 kinderen lichte restverschijnselen en 6 kinderen zich volledig gezond ontwikkelden. Helemaal gezond! Een ongelooflijk groot verschil met de niet ook homeopathisch behandelde groep. Wat een effect kunnen homeopathische middelen hebben!

Dit roept bij mij de vraag op hoe artsen het moreel kunnen verantwoorden een dergelijk effectieve behandeling bij voorbaat af te wijzen. Stel je voor dat het jou kind is. Laten wij, dokters, de handen ineenslaan in het belang van de patiënt!

Michel de Sonnaville

Arts gespecialiseerd in homeopathie

Centaurea, Apeldoorn

055 3574340