De biologische en integrale tandheelkunde, deel 1

Uit: Nr. 265, jan/feb 2020

Systemische, chronische, niet-overdraagbare ziekten (in het Engels: non-communicable diseases, NCD’s), zoals hartaandoeningen, beroertes, kanker, chronische aandoeningen van de luchtwegen en diabetes, zijn de belangrijkste doodsoorzaak in de wereld. In Nederland zijn NCD’s de oorzaak van ongeveer 90% van de sterfgevallen per jaar. Zo’n 130.000 Nederlanders per jaar sterven een vroegtijdige dood door NCD’s (voor hun 70e) die voorkomen had kunnen worden. Deze NCD’s zijn in sommige gevallen gerelateerd aan bepaalde chronische ontstekingen in de mondholte. De relatie tussen de algemene gezondheid en de mondgezondheid wordt echter vaak onderschat door geneeskundigen en tandheelkundigen, als gevolg van de grote scheiding tussen beide disciplines. Hierdoor wordt de diagnostisering en behandeling van chronische ziektes aanzienlijk complexer dan noodzakelijk. Degenen die de brug proberen te slaan tussen de NCD’s en mondontstekingen zijn de zogeheten ‘biologische’ tandartsen. Het woord biologisch wordt echter te veel geassocieerd met biologische voeding etc., terwijl een biologische tandarts zich bezighoudt met de integratie van zowel conventionele tandheelkunde als een ‘natuurlijker’ denkwijze van tandheelkunde. Daarom is de term ‘integrale’ tandheelkunde een correcter begrip. We moeten immers niet vergeten dat tandartsen gaatjes niet kunnen vullen met volledig ecologisch materialen, geen diagnostiek kunnen doen zonder röntgenfoto’s en toch echt ‘conventionele’ anatomische en fysiologische kennis etc. moeten beheersen om mensen te kunnen helpen.

Definitie

In dit eerste artikel wordt de essentie en oorsprong van de integrale tandheelkunde beschreven. Het tweede deel van dit artikel zal vervolgens de relatie tussen chronische ontstekingen in de mondholte en de chronische ziektes van het lichaam belichten. Tenslotte wordt het belang van een goede samenwerking tussen artsen en tandartsen bepleit en een oplossing voorgesteld om meer samenwerking te creëren. Hopelijk kunnen we op deze manier NCD’s beter voorkomen en genezen.

Het is het doel van de integrale tandarts om de relatie tussen de mondholte en de algemene gezondheid vast te stellen. De Duitse integrale tandarts dr. Dominik Nischwitz noemt het mooi: ‘Der Mund als Spiegel der Gesundheit’ (De mond weerspiegelt de gezondheid). Ook tijdens mijn studietijd aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) benadrukte de vooruitstrevende tandartsdocent dr. Wiegman: ‘Leven niet op orde, lijf niet op orde, mond niet op orde!’ Jammer genoeg werd zijn filosofie door de meeste studenten als te vaag en ongrijpbaar beschouwd. Zijn uitspraak geeft namelijk weer dat de essentie van een goede tandartsfilosofie verder gaat dan alleen het gebit. De uitspraak omvat echter niet het volledige werkgebied van de integrale tandheelkunde. De IAOMT (International Academy of Oral Medicine and Toxicology) heeft dit prachtig gedefinieerd in de volgende omschrijving over de biologische tandheelkunde:

‘Bij het gebruik van de term biologische tandheelkunde, proberen we niet een nieuwe specialiteit voor de tandheelkunde te introduceren, maar eerder om een filosofie te beschrijven die van toepassing kan zijn op alle facetten van de tandartspraktijk en op de gezondheidszorg in het algemeen:

Zoek altijd de veiligste, minst schadelijke manier om de missie van de behandeling en alle doelen van de moderne tandheelkunde te volbrengen en doe dit terwijl je zo licht mogelijk over het biologische terrein van de patiënt loopt.

Een meer biocompatibele benadering van mondgezondheid is het kenmerk van biologische tandheelkunde.’

Weetje

Vroeger hadden tandartsen geen keus in het type materiaal, waarmee ze onze tanden en kiezen konden repareren. Gaatjes konden bijvoorbeeld alleen gevuld worden met amalgaam, een legering van zware metalen (waaronder kwik). We mochten toen dus blij zijn dat de tanden en kiezen met amalgaam gevuld werden, zodat ze niet getrokken hoefden te worden. Tegenwoordig hebben we gelukkig vele alternatieven voor tandheelkundige materialen, waardoor we meer lichaamsvriendelijkere, ook wel ‘biocompatibele’, keuzes kunnen maken als tandarts.

Tegelijk wordt men zich steeds bewuster van het veelvoud aan toxische stoffen in de omgeving, het lichaam en dus ook in het gebit. Deze bewustwording zorgt ervoor dat de vraag naar integrale tandartsen toeneemt. Voor het vervangen van oude amalgaamvullingen kunnen er bepaalde voorzorgsmaatregelen genomen worden. Om biologische / integrale tandartsen in de buurt te vinden kan men zoeken op de website van het NVBT (Nederlandse Vereniging tot bevordering van Bio-energetische Tandheelkunde): www.nvbt.nl

Dr. Weston Price, Photo © Price-Pottenger Nutrition Foundation®, All Rights Reserved, www.ppnf.org

 

Ontstaan

De filosofie achter de integrale tandheelkunde is onder andere ontstaan door het werk van dr. Weston A. Price (1870-1948) die uitgebreid onderzoek deed naar de relatie tussen voeding, mondgezondheid en fysieke gezondheid. Dr. Price was tijdens de opkomst van de industrialisatie (eind 20e eeuw) tandarts-kaakchirurg in de Verenigde Staten. Tijdens de industrialisatie kwamen ook de supermarkten op, met witmeel, suiker en geraffineerd voedsel. Hierdoor werden mensen massaal ziek en verloren ze hun gebitten aan tandbederf. Zijn patiënten moesten aan een kunstgebit en vroegen aan dr. Price wat ze konden eten. Dr. Price had gehoord dat er bijzondere stammen en volkeren waren die in uitstekende gezondheid verkeerden en hij reisde meer dan 10 jaar de hele wereld af om deze geïsoleerde menselijke bevolkingsgroepen te bestuderen. Hij verbleef onder andere jaren bij de Eskimo’s, Aboriginals, Maori en Noord- en Zuid-Amerikaanse indianen.

Tijdens zijn reizen observeerde hij dat deze ‘primitievelingen’ door hun traditionele dieet sterke en verfijnde lichamen en een goede weerstand tegen ziekten hadden. Bovendien hadden ze mooie rechte tanden in vergelijking met hun eigen familieleden die een modern dieet hadden overgenomen (zie de 2 onderstaande afbeeldingen). Karakteristieken van traditionele diëten waren onder andere: geen geraffineerde producten, hoog gehalte aan dierlijke eiwitten, vetten en vitamines (gemiddeld 4x zoveel wateroplosbare vitamines en 10x zoveel vetoplosbare vitamines als een modern dieet van die tijd). Daarnaast werden er veel voedingsproducten gefermenteerd, geweekt en gekiemd, zodat bacteriën en/of enzymen de hoeveelheid voedingsstoffen verhoogden. Alle principes, met uitgebreide beschrijvingen, kunnen worden gevonden op de (Engelstalige) website: www.westonaprice.org

Traditioneel dieet versus Westers dieet. © Price-Pottenger Nutrition Foundation®, All Rights Reserved, www.ppnf.org

Goede gebitsgezondheid begint met het dieet van beide ouders. De ouders van het Samoaanse meisje links aten voedingsrijk, traditioneel voedsel, waardoor het meisje grote, brede kaken had ontwikkeld met sterke tanden en kiezen. De ouders van de Samoaanse jongen rechts hadden hun traditionele dieet opgegeven. Hierdoor zijn schedel en kaken minder goed ontwikkeld, waardoor de tanden en kiezen door ruimtegebrek scheef zijn gaan staan. Daarnaast is hij vatbaarder voor tandbederf en chronische ziekten.

Dr. Price toonde met zijn baanbrekend onderzoek aan dat er een belangrijke relatie is tussen het gebit en het algehele lichaam. Hiermee trok hij de befaamde conclusie dat tandbederf en fysieke degeneratie het gevolg zijn van de voedingstekorten in ons huidige gemoderniseerde westerse dieet. Zijn werk is een belangrijke basis voor onze huidige voedingsleer.

Focale-infectie-theorie

In die tijd (tussen 1900 en 1940) waren veel tandartsen van mening dat systemische ziektes vaak veroorzaakt werden door ontstekingen in de mondholte. Dit heette de ‘focale-infectie-theorie’. Veel tanden en kiezen werden getrokken om de algehele gezondheid te verbeteren. Deze theorie vindt zijn oorsprong in het verre verleden en werd o.a. in oude Egyptische, Hebreeuwse, Chinese, Griekse en Romeinse geschriften genoemd. De relatie tussen mondontstekingen en systemische ontstekingen is dus in feite zo oud als de geneeskunde zelf.

Ook dr. Price ging uit van de focale-infectie-theorie en stelde de hypothese dat de infectie van een dode tand of kies in de mondholte mogelijk de oorzaak kon zijn van een NCD. Dus adviseerde hij mensen met NCD’s om hun dode tanden en kiezen te laten trekken. Vervolgens implanteerde dr. Price deze dode tanden en kiezen onder de huid van proefkonijnen. Van deze konijnen ontwikkelde zo’n 80-100% dezelfde NCD als die van de oorspronkelijke patiënt. Hiermee concludeerde ook dr. Price dat bepaalde NCD’s (gedeeltelijk) veroorzaakt werden door de focale infectie die was ontstaan door de dode tand of kies.

Na 1940 verloor de focale-infectie-theorie echter zijn populariteit. Men kwam er, door de inzet van wetenschappelijke technieken, namelijk achter dat NCD’s ook andere oorzaken konden hebben. Vandaag de dag is het beeld genuanceerder; we beginnen in de geneeskunde te begrijpen dat NCD’s systemisch zijn en dus niet zo rechtlijnig zijn als acute ziektes. We zien in dat NCD’s heel complex zijn en ook een cascade van verschillende oorzaken kunnen hebben. Door de verschuiving van het reductionistische naar het systemische wereldbeeld komt de focale-infectie-theorie in de hedendaagse geneeskunde weer terug. Weliswaar niet als voornaamste oorzaak, maar als co-relatie van NCD’s. Onze geüpdatete conclusie is dus: ontstekingen in de mond en in het lichaam werken elkaar in de hand en kunnen elkaar zelfs versterken.

De theorie nu: FDOJ’s

Tegenwoordig staat de focale-infectie-theorie in de wetenschappelijke literatuur beter bekend als een FDOJ: ‘fatty degenerative osteolysis of jawbone’. Door een pathologische focale infectie is het kaakbot aan het degenereren (‘osteolysis’). Gelukkig hebben we tegenwoordig ook onderzoekers die niet onder doen voor de heldhaftigheid van dr. Price. De Duitse integrale tandarts dr. Johann Lechner – de ‘hedendaagse’ dr. Price – doet uitgebreid onderzoek op het gebied van FDOJ’s. Dr. Lechner heeft op het moment drie grote naslagwerken over FDOJ’s geschreven, o.a. samen met professor J. E. Bouquot. In het volgende artikel volgt een ‘preview’ van dr. Lechners werk over de FDOJ’s en de relaties met NCD’s.

 

Ky-Lie Tan

www.kyzenoneness.com/nl/home-2/

info@kyzenoneness.com

Ky-Lie Tan is een integrale tandarts bij de Hans de Liefde-praktijk in Amsterdam en een integrale onderzoeker naar sociale, politieke en culturele gezondheidsvraagstukken bij het Athena Instituut van de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Kyzen’ betekent in het Japans ‘altijd in verbetering’ en staat voor haar werkvisie als tandarts en onderzoeker. ‘Oneness’ staat voor de eenheidsfilosofie en de samenwerking die nodig is om eenheid in de zorg te bereiken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Reader Interactions