Wat zegt mijn kind eigenlijk? (deel2)

Uit: Nr.279, mei/jun 2022

Echt luisteren is een kunst, vooral als het om kinderen gaat. Want kinderen communiceren via hun spel. Het spel is de taal van het kind. In DNUA 272 bracht GZ psycholoog Anna Blokhuis over dit onderwerp een eerste bijdrage; deze keer het tweede deel.

Het uiten van emoties is belangrijk voor ons fysieke en mentale welzijn. Dat geldt zowel voor volwassenen als voor kinderen. Kinderen uiten hun gevoelens echter op een andere manier. Volwassenen gebruiken taal als hen iets dwarszit, kinderen spelen liever (of laten hun lichaam spreken, bijvoorbeeld door buikpijn). Spel is voor kinderen eigenlijk een andere taal, een beeldtaal. Woorden zijn dan minder belangrijk, het gaat er vooral om wat het kind laat zien. In hun spel laten kinderen zien wat hen bezighoudt. Dus als je goed kijkt en contact maakt via dat spel, kun je veel ontdekken.

Contact en bevestiging

De 3-jarige Katja is op verjaardagsvisite bij opa en oma. Ikzelf, Anna Blokhuis, ben één van de gasten. Katja kent mij niet. De volwassenen zitten op stoelen in de woonkamer, Katja drentelt er wat omheen. Er staat een lege stoel en ze loopt er naar toe. Voorzichtig probeert ze op de stoel te klimmen, die net iets te hoog voor haar is. Na veel moeite is ze op de stoel geklauterd en triomfantelijk gaat ze zitten. Korte tijd later strekt ze haar beentjes en ze laat zich voorzichtig naar beneden glijden. Het is even een spannend moment, voordat haar voeten de grond raken. Ze slaakt een zucht als ze weer veilig op de grond staat.

Katja kijkt om zich heen, maar de volwassenen zijn intussen druk met elkaar in gesprek. Ik vang haar blik en zeg: ‘Poeh poeh’. Ze glimlacht naar mij en begint opnieuw op de stoel te klauteren. Het is een hele klus maar als ze eenmaal zit, kijkt ze weer naar mij. ‘Poeh poeh’, zeg ik opnieuw. Katja lacht hardop en maakt aanstalten om opnieuw naar beneden te glijden. ‘O, ga je weer naar beneden?’, vraag ik. Katja knikt en laat zich inderdaad naar beneden glijden. Met een kleine bons landt ze op de grond. Ze kijkt meteen naar mij. ‘Het is gelukt!’, zeg ik. Katja knikt en maakt aanstalten om weer te gaan klimmen.

Rollenspel

Het spel herhaalt zich een aantal keren en Katja krijgt er steeds meer plezier in. Er komt meer spanning in het spel. Als ze weer eens boven op de stoel geklommen is, zeg ik: ‘Poeh poeh, niet meer naar beneden gaan hoor, straks ga je vallen’. Katja schudt heftig met haar hoofd. ‘Ga je het toch doen? Dat kan niet hoor!’, zeg ik dan. Ze lacht als ik dat zeg en laat zich in steeds sneller tempo naar beneden glijden.

Het is een spel geworden waarbij ik steeds moet zeggen dat iets niet kan of mag en waarbij zij het toch doet.

Na een keer of tien schat ik in dat ze er nu wel genoeg van zal hebben. Ik vind het zelf ook welletjes en raak met iemand anders in gesprek. Maar even later tikt ze met haar handje op mijn knie. ‘Jij moet dat weer zeggen’, zegt ze, wijzend op de stoel. Ik ben verbaasd dat ze nog steeds door wil gaan. Blijkbaar is dit heel belangrijk voor haar. Het spel begint opnieuw en Katja schatert iedere keer als ik zeg dat ze niet naar beneden mag glijden en ze het toch doet. Na nog vele keren klimmen en glijden stopt het spel en loopt Katja zonder nog iets te zeggen de kamer uit. Blijkbaar is het nu ook voor haar genoeg geweest.

Spelen is: regie houden

Wat betekent dit spel van Katja? Wat maakt dat ze blijft genieten van het klimmen op de stoel, waarbij iets zogenaamd ‘verboden’ is en ze het toch doet?

Haar ouders hebben vanuit de verte het spel van hun dochter gevolgd en vertellen mij dat Katja de laatste tijd moeite heeft met regels. Ze houdt zich niet aan wat er is afgesproken en ze heeft huilbuien als ze daarop wordt aangesproken. Katja is kennelijk naar grenzen aan het zoeken.

Met deze informatie wordt het mij duidelijk wat het spel van Katja waarschijnlijk betekent. In het spel van ‘verbieden en toch doen’ heeft zij de regie. In het spel kan ze regels overtreden zonder dat dit consequenties heeft. Katja is een ondernemend kind en vindt het moeilijk als ze daarin begrensd wordt. In het dagelijks leven is dat echter niet te vermijden en dat geeft haar frustratie. In het spel heeft ze alle ruimte om haar gevoelens te uiten. Dat geeft haar zelfvertrouwen. En al spelend krijgt ze langzamerhand greep op het omgaan met grenzen.

Het gaat erom dat het kind de regie houdt in het spel

Aansluiten bij het kind

Kinderen spelen onbewust, ze doen het omdat het leuk is. Het helpt hen als je hen tijdens het spelen bevestiging geeft. Door te verwoorden wat het kind doet, voelt het zich gezien. Je kunt verwoorden wat het kind doet (‘O, je glijdt nu naar beneden’) of je kunt het gevoel van het kind benoemen (‘Poeh poeh’). Het is daarbij belangrijk om steeds te checken of je nog contact hebt. Als het kind wegkijkt, kan het zijn dat je je tempo niet goed hebt afgestemd of dat je het anders moet verwoorden. Het is de kunst om niet met eigen ideeën aan te komen, maar zo dicht mogelijk bij de inbreng van het kind te blijven. Het gaat erom dat het kind de regie houdt in het spel. Op deze manier kunnen kinderen communiceren over dingen waar ze nog geen woorden voor hebben.

Anna Blokhuis

GZ psycholoog, coach en trainer

blokhuisanna@gmail.com